ECLI:NL:RBDHA:2016:14244
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardig asielrelaas over moord en ontvoering
Eiser, een Afghaanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze afwijzing op 25 oktober 2016.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig zijn, zijn asielrelaas onvoldoende aannemelijk is. Eiser gaf wisselende en tegenstrijdige verklaringen over de omstandigheden van de moord op zijn vader, waaronder inconsistenties over de wijze van overlijden en de betrokkenheid van vrienden van zijn vader. Ook zijn verklaringen over bedreigingen door schuldeisers en zijn ontvoering werden als ongeloofwaardig beoordeeld.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende concreet kon verklaren over de aanleiding van zijn vertrek uit Afghanistan en dat zijn verhaal over de ontvoering en martelingen niet geloofwaardig was, mede vanwege het ontbreken van letsel en de wijze van ontsnapping. Gelet hierop werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige verklaringen.