ECLI:NL:RBDHA:2016:14282
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering aftrek kosten werkruimte in woning wegens niet voldoen aan hoofdzakelijkheidscriterium
Eiser had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2012 kosten voor een werkruimte in zijn woning ten bedrage van €7.266 in aftrek gebracht. De Belastingdienst weigerde deze aftrek omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 3.16 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank oordeelt dat, indien geen andere werkruimte buiten de woning beschikbaar is, naast de eis dat de inkomsten hoofdzakelijk (minimaal 70%) in of vanuit de werkruimte worden verdiend, ook de eis geldt dat de inkomsten in belangrijke mate (minimaal 30%) in die werkruimte worden verdiend. Eiser stelde dat alleen aan de laatste eis voldaan hoefde te worden, maar dit standpunt wordt verworpen.
Daarnaast moeten ook inkomsten uit vroegere dienstbetrekking, zoals pensioen, worden meegenomen bij de beoordeling. Hoewel deze pensioeninkomsten geen verband houden met de werkruimte, tellen zij mee bij het bepalen van het totaal aan inkomsten. Eiser verdiende slechts €41.911 van in totaal €135.031 in de werkruimte, wat niet voldoet aan het hoofdzakelijkheidscriterium.
De rechtbank wijst verder het beroep af omdat zij geen schending van beginselen van behoorlijk bestuur of het recht op een eerlijk proces ziet en geen onrechtmatig besluit constateert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van kosten voor de werkruimte wordt geweigerd.