ECLI:NL:RBDHA:2016:14328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot faillietverklaring afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van vordering
Verzoeksters, bestaande uit meerdere besloten vennootschappen, hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot faillietverklaring van The Fish Club Kijkduin B.V., stellende dat deze vennootschap is opgehouden te betalen. Verweerster heeft de vorderingen gemotiveerd betwist en een deel van de vorderingen voldaan, terwijl de overige vorderingen, met name overheadkosten, werden betwist wegens gebrek aan onderbouwing.
Tijdens de zitting is gebleken dat verzoeksters recent facturen hebben ontvangen en betalingen zijn gedaan, maar dat de betwisting van de verschuldigdheid van de overheadkosten niet aanstonds kon worden verworpen. Verzoeksters hebben geen overeenkomst of andere concrete onderbouwing overgelegd die de vorderingen voldoende zou staven.
Daarnaast zijn recepten voor diverse producten overgelegd, maar deze konden niet als bewijs dienen voor de rechtsverhouding of de verschuldigdheid van de vorderingen. De rechtbank concludeerde dat het vorderingsrecht niet summierlijk vaststond en wees het verzoek tot faillietverklaring daarom af.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.H.M. Smelt op 2 november 2016. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, via een advocaat bij het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van The Fish Club Kijkduin B.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de vorderingen.