ECLI:NL:RBDHA:2016:14399
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard verzet tegen kennelijk niet-ontvankelijkheid beroep vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 15 september 2016 het beroep van opposant kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden in het beroepschrift. Het verzuim om deze gronden tijdig in te dienen is niet binnen de gestelde termijn hersteld. Opposant heeft op 27 september 2016 verzet aangetekend tegen deze beslissing en verklaard bereid te zijn het verzet mondeling toe te lichten.
Tijdens de zitting van 28 november 2016 is het verzet behandeld. De rechtbank heeft beoordeeld of het beroep terecht kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard. Het is onbetwist dat het verzoek om uitstel voor het indienen van de beroepsgronden na het verstrijken van de hersteltermijn is gedaan, en een dergelijk uitstel wordt in beginsel niet verleend.
De rechtbank oordeelt dat de telefonische mededeling van de griffie dat de beroepsgronden konden worden opgestuurd in afwachting van een ontvankelijkheidsbeslissing geen toezegging inhield dat deze alsnog geaccepteerd zouden worden. Tevens kan geen beroep worden gedaan op artikel 6:6 Awb Pro als kan-bepaling, omdat het hier om een termijn van orde gaat. Ook persoonlijke omstandigheden van de gemachtigde leiden niet tot een andere uitkomst.
Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de kennelijk niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.