ECLI:NL:RBDHA:2016:14484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening WW-uitkering bij ziekteperiode
Eiseres was sinds 1 maart 2010 in dienst bij de gemeente Leiden en meldde zich op 19 december 2011 ziek. Na eervol ontslag wegens medische ongeschiktheid per 19 december 2014 vroeg zij een WW-uitkering aan. UWV stelde het dagloon vast op €74,24, gebaseerd op het loon van januari 2014, de enige maand zonder loonvermindering wegens ziekte in de referteperiode.
Eiseres betwistte deze berekening en stelde dat ook andere looncomponenten, zoals vakantiebijslag en eindejaarsuitkering, meegenomen moesten worden conform het derde lid van artikel 6 van Pro het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. De rechtbank oordeelde dat artikel 6, eerste lid, van het Dagloonbesluit juist bedoeld is om te voorkomen dat ziekte leidt tot een lagere uitkering en dat toepassing daarvan alleen gunstig mag zijn voor de werknemer.
De rechtbank concludeerde dat UWV terecht het loon van januari 2014 als uitgangspunt nam, omdat toepassing van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 mei 2016 in dit specifieke geval tot een lager dagloon zou leiden. Gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder ontbrekende loonstroken en diverse inhoudingen, was onverkorte toepassing van de CRvB-uitspraak niet passend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van het dagloon voor haar WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.