ECLI:NL:RBDHA:2016:15110

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 december 2016
Publicatiedatum
12 december 2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 5347
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43e Wegenverkeerswet 1994Art. 3.20 Wet inkomstenbelastingArt. 9 Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992Art. 6 KentekenreglementArt. 5 Reglement verwerking gegevens kentekenregister 2009
Verwijzingen
11 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging catalogusprijs in kentekenregister door RDW

Eiseres verzocht de RDW om de catalogusprijs van haar voertuig in het kentekenregister te wijzigen, omdat deze onjuist zou zijn en de fiscale bijtelling daardoor onjuist wordt vastgesteld. De RDW wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat alleen de Belastingdienst bevoegd is om de catalogusprijs te wijzigen.

De rechtbank overwoog dat de catalogusprijs een gegeven is dat volgens het Kentekenreglement en het Reglement verwerking gegevens kentekenregister afkomstig is van de Belastingdienst. De RDW kan deze gegevens niet wijzigen omdat zij niet de authentieke bron is. Dit volgt ook uit de toelichting bij artikel 43e van de Wegenverkeerswet 1994.

Eiseres voerde aan dat de catalogusprijs een gegeven is dat door de RDW wordt geplaatst en dat de RDW daarom bevoegd zou moeten zijn tot wijziging, maar de rechtbank deelde dit standpunt niet. De rechtbank verwees naar de wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie die bevestigen dat de RDW niet bevoegd is tot wijziging van catalogusprijsgegevens.

De rechtbank stelde dat indien eiseres het niet eens is met de door de Belastingdienst gehanteerde catalogusprijs, zij dit in een procedure tegen de Belastingdienst kan aanvechten. Het beroep tegen het besluit van de RDW werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van de RDW tot afwijzing van het verzoek tot wijziging van de catalogusprijs in het kentekenregister is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 16/5347

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2016 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. S.M. Bothof),
en

De directie van de Dienst Wegverkeer (RDW), verweerder

(gemachtigde: mr. N.T.P. Eshuis).

Procesverloop

Bij besluit van 16 februari 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres tot het wijzigen van de in het kentekenregister opgenomen catalogusprijs van het voertuig met kenteken [kentekennummer] (hierna: het voertuig), afgewezen.
Bij besluit van 1 juni 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2016.
Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is van mening dat de catalogusprijs van het voertuig onjuist is opgenomen in het kentekenregister. Nu de Belastingdienst de fiscale bijtelling vaststelt aan de hand van de gegevens uit het kentekenregister heeft zij bij verweerder een verzoek ingediend tot het wijzigen van de catalogusprijs in het kentekenregister.
2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat een in het kentekenregister opgenomen catalogusprijs wordt gewijzigd na een melding van de Belastingdienst. Verweerder heeft niet de bevoegdheid dit gegeven op verzoek van een belanghebbende te wijzigen. Gelet hierop dient eiseres zich volgens verweerder met een verzoek tot wijziging van de catalogusprijs te wenden tot de Belastingdienst.
3. Ingevolge artikel 43e van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw) kan een belanghebbende, indien hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een gegeven dat bij of krachtens de Wvw als authentiek is aangemerkt of een niet-authentiek gegeven onjuist of ten onrechte wel, dan wel ten onrechte niet in het kentekenregister is opgenomen, onder opgave van die redenen aan verweerder een verzoek doen tot wijziging, verwijdering of opneming van dat gegeven.
Ingevolge artikel 6, eerste lid, van het Kentekenreglement bevat het kentekenregister uitsluitend de volgende categorieën gegevens:
(…)
k. gegevens ten behoeve van de heffing van de motorrijtuigenbelasting, bedoeld in de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en de belasting, bedoeld in de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (hierna: Wet BPM);
(…)
m. gegevens omtrent het bepaalde in andere wettelijke regelingen ten aanzien van voertuigen dan de wet en de in onderdeel k bedoelde wettelijke regelingen;
(…).
Ingevolge artikel 5, tweede lid, van het Reglement verwerking gegevens kentekenregister 2009 (het Reglement) zijn de gegevens als genoemd in artikel 6 van Pro het Kentekenreglement afkomstig van:
(…)
9e. wat betreft de gegevens als bedoeld in onderdeel k: de Belastingdienst.
10e. wat betreft de gegevens als bedoeld in onderdeel m: de RDW.
(…)
Uit het zevende lid van artikel 3.20 WVW volgt dat voor de bijtelling van privégebruik de waarde van de auto (mede) wordt gebaseerd op de catalogusprijs in de zin van artikel 9 van Pro de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
4. Eiseres heeft ter zitting betoogd dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld niet bevoegd te zijn de catalogusprijs in het kentekenregister aan te passen. Verweerder heeft daarbij volgens eiseres ten onrechte verwezen naar de door verweerder in het geding gebrachte uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 3 maart 2016 (15/3107). De catalogusprijs is volgens eiseres een gegeven ten behoeve van de bijtelling, als bedoeld in artikel 3.20 van de Wet Inkomstenbelasting (hierna: Wet IB). De catalogusprijs valt daarom onder artikel 6, eerste lid, onder m, van het Kentekenreglement, in plaats van onder k van dat artikel, zoals verweerder stelt en is om die reden afkomstig van de RDW in plaats van de Belastingdienst.
Eiseres betoogt verder dat, indien de rechtbank van oordeel is dat de catalogusprijs wel van de Belastingdienst afkomstig is, dat niet betekent dat alleen de Belastingdienst bevoegd is de catalogusprijs te wijzigen. Dat een gegeven van de Belastingdienst afkomstig is, betekent niet dat de Belastingdienst dat gegeven in het register heeft geplaatst. Eiseres wijst daarbij naar artikel 5, tweede lid, onder 17e, van het Reglement, waarin staat dat de Belastingdienst de daarin genoemde gegevens zelf invoert, wijzigt of verwijdert. De overige gegeven worden derhalve door verweerder in het kentekenregister geplaatst, aldus eiseres.
5.
De rechtbank overweegt als volgt.
5.1
De catalogusprijs wordt gedefinieerd in artikel 9 van Pro de Wet BPM. Ook ten behoeve van de bijtelling wordt in artikel 3.20 van de Wet IB voor de catalogusprijs verwezen naar die bepaling. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de catalogusprijs een gegeven is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder k, van het Kentekenreglement en ingevolge artikel 5, tweede lid, onder 9e, van het Reglement afkomstig is van de Belastingdienst.
Zoals ook de rechtbank Midden-Nederland in de hiervoor genoemde uitspraak heeft overwogen, blijkt uit de toelichting bij artikel 43e van de Wvw (Kamerstukken II, 2007/08, 31 219, nr. 3, p. 31) dat verweerder geen authentieke gegevens afkomstig uit andere basisregistraties kan wijzigen en evenmin gegevens kan wijzigen die door een andere instantie in het kentekenregister worden geplaatst. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder het verzoek van eiseres terecht heeft afgewezen omdat hij niet bevoegd is de catalogusprijs in het kentekenregister te wijzigen. De onderscheidende betekenis die eiseres toekent aan de tekst van artikel 5, tweede lid, onder 17e, van het Reglement, zoals hiervoor weergegeven onder 4, wordt door de rechtbank niet gedeeld.
5.2
Indien eiseres zich niet kan vinden in een door de Belastingdienst opgelegde bijtelling als bedoeld in de Wet IB kan zij in de daarvoor openstaande procedure argumenten naar voren brengen waarom zij zich niet kan vinden in de door de Belastingdienst gehanteerde catalogusprijs.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.