Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
SNS Reaal Groep N.V., te Utrecht
Rechtbank Den Haag
Eiser, voormalig werknemer met psychische en fysieke klachten, diende beroep in tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 40,27% en zijn WGA-uitkering ongewijzigd werd voortgezet. Eiser stelde dat zijn beperkingen, waaronder migraine, artrose en psychische klachten, zwaarder mee moesten wegen en dat hij geen benutbare mogelijkheden had.
De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig beoordeeld. De verzekeringsartsen concludeerden dat de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat de medische urenbeperking niet gehandhaafd hoefde te worden. De arbeidsdeskundigen stelden dat de voorgehouden functies passend waren, ondanks beperkingen in samenwerken en het bedienen van gevaarlijke machines.
De rechtbank vond de medische onderbouwing voldoende en zag geen aanleiding om een onafhankelijk medisch deskundige aan te wijzen. Ook de arbeidskundige motivering was overtuigend. De stellingen van eiser over ernstigere beperkingen en ongeschiktheid voor de functies werden niet aannemelijk geacht.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het arbeidsongeschiktheidspercentage van 40,27% is ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.