Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
753
9.094-/-
4.366-/-
Rechtbank Den Haag
Eiser, beherend vennoot van een commanditaire vennootschap en bestuurder van een stichting, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2012 en de afwijzing van zelfstandigenaftrek door verweerder. Verweerder had de winst uit onderneming verhoogd met gelden opgenomen uit het Fonds, verminderd met diverse kostencorrecties en geweigerd de stelselwijziging van kas- naar factuurstelsel te accepteren.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opgenomen gelden leningen waren, mede omdat de leningsovereenkomst niet ondertekend was en geen aflossingen hadden plaatsgevonden. Ook waren de door eiser opgevoerde kosten onvoldoende onderbouwd met facturen of betaalbewijzen. De stelselwijziging werd afgewezen omdat eiser geen verifieerbare balans of winst- en verliesrekening had overgelegd en de wijziging mogelijk was ingegeven door fiscale motieven.
Ten aanzien van de zelfstandigenaftrek concludeerde de rechtbank dat eiser niet had aangetoond het vereiste aantal uren aan de onderneming te hebben besteed, mede gelet op de gedeclareerde uren en het gangbare uurtarief. De opgelegde verzuimboete wegens te late aangifte werd passend bevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag inkomstenbelasting 2012 wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief verzuimboete gehandhaafd.