Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2016 in de zaak tussen
[eiseres] BV, gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Ontvankelijkheid
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een leasemaatschappij, leaste tussen 2007 en 2011 auto's aan een BV en stopte vanaf 2009 met factureren, maar factureerde alsnog rond het faillissement in 2011 en betaalde toen de omzetbelasting. Na het faillissement diende eiseres een verzoek tot teruggaaf omzetbelasting in, dat door verweerder werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en gebrek aan bewijs van onbetaalde vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend omdat het faillissement pas in januari 2014 werd afgerond en toen vaststond dat betaling niet meer kon worden gevorderd. Echter, eiseres slaagt er niet in aannemelijk te maken dat de vorderingen onbetaald zijn gebleven, omdat zij geen schriftelijke bewijsstukken of incassomaatregelen kan overleggen.
De rechtbank neemt aan dat de facturering in mei 2011 slechts diende ter onderbouwing van reeds bestaande vorderingen en dat het ontbreken van betaling niet betekent dat de diensten niet zijn betaald. De curator heeft de vorderingen niet inhoudelijk beoordeeld. Daarom is het verzoek om teruggaaf terecht afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om teruggaaf omzetbelasting wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onbetaalde vorderingen.