Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de vrouw] ,
[kind], geboren op [geboortedatum] 2013,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, afkomstig uit Mongolië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar haar aanvraag werd door de IND afgewezen omdat zij het land om economische redenen had verlaten. De rechtbank oordeelde dat de slechte leefomstandigheden in Mongolië geen grond vormen voor asiel volgens artikel 3 EVRM Pro en de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank stelde vast dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Vw 2000. De economische motieven van eiseres kwalificeren niet als ernstige schade die subsidiere bescherming rechtvaardigt. Daarnaast is Mongolië een veilig land, wat ook een reden is voor afwijzing.
Verweerder had ook een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar uitgevaardigd, wat de rechtbank rechtmatig achtte gezien de afwijzing van de asielaanvraag. Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf reeds had beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van eiseres af en bevestigt de afwijzing van haar asielaanvraag en het inreisverbod.