ECLI:NL:RBDHA:2016:15513
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivatie ongeloofwaardigheid seksuele geaardheid
Eiser, van Iraanse nationaliteit, vroeg op 30 augustus 2015 een verblijfsvergunning aan wegens zijn homoseksuele geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in Iran. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de gestelde seksuele geaardheid en het ontbreken van vluchtelingenstatus.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser over zijn bewustwordingsproces en zelfacceptatie vaag en summier zouden zijn. Eiser had uitvoerig toegelicht hoe hij zich voelde, welke overwegingen hij had en hoe hij zichzelf accepteerde ondanks religieuze afwijzing.
Ook oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had onderbouwd waarom de relatie van eiser met zijn buurjongen ongeloofwaardig zou zijn, evenals de terugkeer van eiser naar Iran in 2010. De rechtbank vond dat deze feiten niet afdoen aan de geloofwaardigheid van zijn seksuele geaardheid.
Verder wees de rechtbank erop dat verweerder ten onrechte negatief had meegewogen dat eiser niet gedetailleerd verklaarde over het project Cocktail en zijn contacten met het COC, terwijl dit juist positief meegewogen moet worden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ongeloofwaardigheid van de seksuele geaardheid van eiser.