Eiser, een Afghaan, diende op 27 juli 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder achtte het asielrelaas geloofwaardig, maar wees de aanvraag af omdat Kabul als veilig vestigingsalternatief werd beschouwd. Eiser verwees naar het nieuwe Ambtsbericht Afghanistan van november 2016, waarin de veiligheidssituatie verslechterd is en de Taliban ook in Kabul invloed uitoefenen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Kabul voor eiser een veilig alternatief zou zijn, mede omdat eiser door de Taliban als vijand wordt gezien en zijn vader door hen is gedood. Ook is onvoldoende onderbouwd waarom eiser met zijn uiterlijke kenmerken en spraak niet traceerbaar zou zijn voor de Taliban in Kabul.
Verder werd het verzoek om uitstel van vertrek wegens medische redenen afgewezen, omdat het medisch advies stelde dat eiser in staat is te reizen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.