ECLI:NL:RBDHA:2016:15935
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid en veilig land van herkomst
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit bezittende persoon, diende op 14 november 2016 een asielaanvraag in met als grond dat hij zijn familie financieel wilde ondersteunen en een toekomst wilde opbouwen. Verweerder, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, wees de aanvraag af op 23 november 2016 omdat geen gegronde vrees voor vervolging in Marokko bestond en Marokko als veilig land van herkomst werd aangemerkt.
Eiser stelde in beroep dat Marokko ten onrechte als veilig land van herkomst was aangemerkt en voerde aan dat de reactietermijn voor het indienen van een zienswijze te kort was, evenals dat ten onrechte geen vertrektermijn was gegeven en een inreisverbod was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing op grond van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 standhoudt en dat de termijn voor zienswijze weliswaar te kort was, maar dat dit geen belangenbeschadiging opleverde omdat de zienswijze alsnog werd betrokken.
De rechtbank stelde vast dat de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen en dat de opgelegde vertrektermijn en het inreisverbod rechtsgeldig waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.