ECLI:NL:RBDHA:2016:15936
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en afwijzing voorlopige voorziening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat uit Eurodac-gegevens blijkt dat eiser op 19 juli 2016 asiel heeft aangevraagd in Oostenrijk, en dat Oostenrijk deze verantwoordelijkheid heeft bevestigd. Eisers stelling dat hij geen asielaanvraag in Oostenrijk heeft ingediend en naar Nederland wilde reizen om bij familie asiel aan te vragen, wordt niet bewezen. Zijn beroep op artikel 10 van Pro de Dublinverordening faalt omdat hij meerderjarig is en zijn familieleden niet als gezinsleden worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt dat de gezinsleden in Nederland geen wettig verblijf hebben, waardoor artikel 16 niet Pro van toepassing is. Ook is geen bijzondere situatie aangetoond die toepassing van de humanitaire clausule (artikel 17) rechtvaardigt. Daarom is het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-behandelen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.