ECLI:NL:RBDHA:2016:16098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en rechtmatigheid detentie
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die hem op 3 augustus 2016 is opgelegd. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel getoetst en geoordeeld dat deze tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of de bewaring na het sluiten van het eerdere onderzoek nog rechtmatig is. Eiser stelde dat de rechtbank te laat uitspraak had gedaan in de eerdere procedure, waardoor de voortzetting van de bewaring onrechtmatig zou zijn. De rechtbank overwoog dat de uitspraak binnen de wettelijke termijn was gedaan en dat er geen feiten of omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat er geen grond was om de voortzetting van de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.