Uitspraak
Beschikking op het op 8 maart 2016 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster],
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
Procedure
- de advocaat van verzoekster;
- mevrouw [naam], de moeder van verzoekster, bijgestaan door de heer [tolk], tolk in de Engelse taal;
- mr. C.J. Cappon namens de IND.
Verzoek en het standpunt van de IND en de officier van justitie
Feiten
- Verzoekster is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Ghana). Zij verkreeg bij haar geboorte de Ghanese nationaliteit door afstamming van een ongehuwde moeder met de Ghanese nationaliteit.
- De moeder van verzoekster is op [datum] gehuwd met een Nederlandse man. Zij heeft op 21 juni 1983 krachtens artikel 8 van Pro de destijds geldende Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI) op grond van dat huwelijk de Nederlandse nationaliteit verkregen. Verzoekster heeft niet meegedeeld in de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit.
- De moeder van verzoekster heeft op 5 juni 1985 namens verzoekster een optieverklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap afgelegd als bedoeld in artikel 27 lid 2 van Pro de destijds geldende RWN. Hierbij heeft verzoekster haar Ghanese nationaliteit behouden.
- Bij beschikking d.d. 27 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:766) heeft de Hoge Raad vastgesteld dat verzoekster van 5 juni 1985 tot 1 april 2013 de Nederlandse nationaliteit bezat. De Hoge Raad heeft daarbij geoordeeld dat verzoekster per 1 april 2013 het Nederlanderschap heeft verloren en daarom het verzoek van verzoekster om vast te stellen dat zij (op dat moment) de Nederlandse nationaliteit bezat afgewezen.