Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mrs. R. Funke Küpper en C. Eijgenraam, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. E.A. Breetveld, advocaat te Den Haag, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
- het proces-verbaal van bevindingen, blz. 128 t/m 130;
- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] d.d. 28 februari 2016, blz. 131 t/m 138;
- het proces-verbaal verhoor aangeefster d.d. 2 maart 2016, blz. 142 tot en met 156.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
- het proces-verbaal van bevindingen, blz. 128 t/m 130;
- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] d.d. 28 februari 2016, blz. 131 t/m 137;
- het proces-verbaal verhoor aangeefster d.d. 2 maart 2016, blz. 142 tot en met 150.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 5] d.d. 22 november 2015, blz. 1050 tot en met 1053;
- het proces-verbaal van verhoor [benadeelde 5] d.d. 2 juli 2016, blz. 1528 tot en met 1540.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 7] d.d. 27 november 2015, blz. 1061 tot en met 1066;
- het proces-verbaal verhoor aangeefster [benadeelde 7] d.d. 26 juni 2016, blz. 1093 tot en met 1099.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van
- het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 8] d.d. 29 januari 2016, blz. 985 tot en met 993
- het proces-verbaal verhoor [benadeelde 8] d.d. 5 juli 2016, blz. 1006 tot en met 1009;
- het proces-verbaal verhoor [benadeelde 8] d.d. 6 juli 2016, blz. 1028 en 1029.
en
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
€ 12.500,- kan worden toegewezen en dat de vordering op dit punt voor het meerdere niet-ontvankelijk wordt verklaard zodat de benadeelde partij dat deel van de vordering bij de civiele rechter kan aanbrengen.
€ 3.640,-- toewijzen. De benadeelde partij heeft voldoende onderbouwd dat zij in de eerste dertien weken na de bewezen verklaarde feiten voor wat betreft het uitvoeren van huishoudelijk werk zwaar beperkt was, zoals bedoeld in de ‘Richtlijn Huishoudelijke hulp’ van de Letselschade Raad. Daarom kan voor die periode een bedrag van € 280,-- per week worden toegewezen voor kosten voor huishoudelijk hulp. Dit komt neer op een bedrag van (13 x € 280,--) € 3.640,--. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde vergoeding voor huishoudelijk hulp na de dertiende week, mede in het licht van de betwisting door de verdediging, door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal op dit punt voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan dit deel van de vordering bij de civiele rechter aanbrengen.
- voor wat betreft feit 1: de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 25.881,60 ten behoeve van [benadeelde 1] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 december 2016 over het deel materiële schade groot € 15.881,60 en de wettelijke rente vanaf 25 februari 2016 over het deel immateriële schade groot € 10.000,--;
- voor wat betreft feit 2: de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 5.000,-- aan immateriële schade ten behoeve van [benadeelde 1] , vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 februari 2016.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
- ten aanzien van feit 1: een bedrag van € 15.881,60 aan materiële schade en een bedrag van € 10.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 december 2016 voor wat betreft de materiële schade, respectievelijk 25 februari 2016 voor wat betreft de immateriële schade, telkens tot aan de dag waarop deze vorderingen is voldaan,
- ten aanzien van feit 2: een bedrag van € 5.000,-- immateriële schade, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 februari 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
€ 25.881,60, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 februari 2016 over het deel immateriële schade groot € 10.000,-- en de wettelijke rente vanaf 15 december 2016 over het deel materiële schade groot € 15.881,60, tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [benadeelde 1] ;
€ 5.000,--, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 december 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [benadeelde 1] ;