Uitspraak
Rechtbank ‘s-Gravenhage
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mrs. R. Funke Küpper en C. Eijgenraam, en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. T. Kocabas, advocaat te Zoetermeer, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
- Op 12 november 2015 om 18:03 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] een WhatsApp bericht dat [slachtoffer 6 ] een kluis in haar kledingkast heeft. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij zelf met de verdachte gaat kijken, waarop [medeverdachte 2] aangeeft dat dat onmogelijk is zonder dat hij erbij is. Ook zegt [medeverdachte 2] tegen [medeverdachte 1] dat hij niet die twee sleutels moet kwijtraken. [medeverdachte 2] geeft aan dat hij hoopt dat ze (de rechtbank begrijpt: de bewoners van de [adres] ) met de kerstvakantie of oud en nieuw weggaan en dat ze anders het huis ’s nachts met oud en nieuw pakken.
- Op 21 november 2015 heeft [medeverdachte 1] contact met [slachtoffer 6 ] over waar zij die avond heen gaat en met wie, vervolgens hebben de verdachte en de medeverdachten contact:
- Vervolgens vinden op WhatsApp geen conversaties tussen de verdachte en de medeverdachten plaats op 21 november 2015 tussen 18:35 uur en 21:53 uur.
- Op 21 november 2015 om 21:53 uur stuurt de verdachte: ‘Niks zeggen’, waarop [medeverdachte 2] stuurt: ‘Denk je dat ik dom ben’. De verdachte geeft aan dat hij de tas van [medeverdachte 2] heeft, waarop [medeverdachte 2] aangeeft dat de verdachte deze bij zich moet houden.
- Op 22 november 2015 wordt tussen de verdachte en de medeverdachten gesproken over goederen die overeen komen met de bij de inbraak weggenomen goederen. [medeverdachte 1] zegt ook: ‘niet eens 1 briefje. Saaf niet gevonden.’ ‘Saaf’ is straattaal voor geld. [medeverdachte 2] geeft aan dat het tegen niemand van school vertelt moet worden, omdat je anders gepakt kan worden. [medeverdachte 1] stuurt: ‘Ze vind de inbrekers dom, omdat alleen een lappie en tablet is gepakt’, waarop [medeverdachte 2] stuurt: ‘Jaa. We zagen niks verder. Die dingen moeten snel weg. Voordat word getraceerd. Breng agga ergens.’
- Op 30 oktober 2015 om 11:07 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] een WhatsApp bericht dat hij naast de zus van [naam] zit en haar sleutels uit haar tas kan stelen. Vervolgens geeft hij aan dat zij sowieso met kerst met vakantie gaan en dat dan het hele huis leeg gaat.
- Op 30 oktober 2015 om 11:12 uur stuurt [medeverdachte 1] aan de verdachte dat hij naast de zus van [naam] zit en gewoon haar sleutel kan pakken en dat zij met kerst weg zijn dus dat het huis dan leeg gaat. Hierop stuurt de verdachte meerdere ‘verliefde smileys’.
- Op 2 november 2015 om 13:19 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] dat hij de sleutel van de zus van [naam] heeft gepakt, waarop zij bespreken wanneer ze daar naar binnen gaan om een buit mee te nemen.
- Op 2 november 2015 om 14:20 uur stuurt [medeverdachte 1] aan de verdachte dat hij de sleutel van het huis van [naam] heeft gepakt en dat ze nu twee huizen hebben waardoor ze rijk worden, waarop de verdachte zegt: ‘Kanker goedd.’
- Op 23 november 2015 om 10:34 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] en de verdachte: ‘Zaterdag pakken we G’.
- De [adres] te Zoetermeer is gelegen in de wijk de Leyens.
- Op 25 november 2015 hebben de verdachte en de medeverdachten meermalen contact met elkaar:
- Op 26 november 2015 om 17:31 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] en de verdachte dat hij nog steeds geen adres heeft. [medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 1] dit wel kan regelen voor morgen. Om 20:57 uur stuurt [medeverdachte 1] dat ze sowieso iets voor hun gezicht moeten zetten, waarop de verdachte vraagt: ‘Masker’, waarop [medeverdachte 1] stuurt: ’Nee, gwn sjaal. Maar niet zoals jij deed vorige keer. Gevaarlijk.’
- Op 27 november 2015 hebben de verdachte en de medeverdachten meermalen contact met elkaar:
- Vervolgens vinden op WhatsApp geen conversaties tussen de verdachte en de medeverdachten plaats op 27 november 2015 tussen 17:31 uur en 21:29 uur.
- Op 27 november 2015 om 21:29 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] en de verdachte: ‘Ey. Ze weten al. Ze zijn oso.’ De verdachte zegt dat hij de tanden van [naam] gaat breken als hij gaat praten.
- Op 28 november 2015 om 8:00 uur stuurt [medeverdachte 2] naar [medeverdachte 1] en de verdachte: ‘We moeten snel doen. Anders t word miss getraceerd.’ Vervolgens wordt tussen de verdachte en de medeverdachten gesproken over goederen die overeen komen met de bij de inbraak weggenomen goederen.
en
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
8.De inbeslaggenomen goederen
7.De vordering van de benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
€ 12.500,- kan worden toegewezen en dat de vordering op dit punt voor het meerdere niet-ontvankelijk wordt verklaard zodat de benadeelde partij dat deel van de vordering bij de civiele rechter kan aanbrengen.
€ 3.640,-- toewijzen. De benadeelde partij heeft voldoende onderbouwd dat zij in de eerste dertien weken na de bewezen verklaarde feiten voor wat betreft het uitvoeren van huishoudelijk werk zwaar beperkt was, zoals bedoeld in de “Richtlijn Huishoudelijke hulp” van de Letselschade Raad. Daarom kan voor die periode een bedrag van € 280,-- per week worden toegewezen voor kosten voor huishoudelijk hulp. Dit komt neer op een bedrag van (13 x € 280,--) € 3.640,--. De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde vergoeding voor huishoudelijk hulp na de dertiende week, mede in het licht van de betwisting door de verdediging, door de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij zal op dit punt voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan dit deel van de vordering bij de civiele rechter aanbrengen.
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
5 (VIJF) MAANDENniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;
algemene voorwaardendat de veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet Pro op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaardendat de veroordeelde:
€ 25.881,60, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 25 februari 2016 over het deel immateriële schade groot € 10.000,-- en de wettelijke rente vanaf 15 december 2016 over het deel materiële schade groot € 15.881,60, tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1 ] ;