ECLI:NL:RBDHA:2016:16513
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in grensprocedure asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een vrijheidsontnemende maatregel die op 31 augustus 2016 werd opgelegd in het kader van de grensprocedure bij de behandeling van zijn asielaanvraag. De maatregel werd op 14 september 2016 voortgezet, maar op die dag ook op een andere grondslag voortgezet, waardoor de oorspronkelijke maatregel na veertien dagen werd opgeheven.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet niet-ontvankelijk is vanwege termijnoverschrijding, omdat het instellen van beroep tegen vrijheidsontnemende maatregelen niet aan een termijn is gebonden volgens de Vreemdelingenwet 2000. Tevens is vastgesteld dat de kennisgeving aan de rechtbank van het voortduren van de maatregel op de achtentwintigste dag niet vereist is, omdat de maatregel reeds op de veertiende dag is opgeheven.
Verder wijst de rechtbank het betoog van eiser af dat de behandeling van zijn beroep niet spoedig genoeg heeft plaatsgevonden en dat de automatische toepassing van de grensprocedure en vrijheidsontneming onrechtmatig zou zijn. De rechtbank benadrukt dat vreemdelingenbewaring een bestuursrechtelijke maatregel is en geen strafrechtelijke sanctie, waardoor andere termijnen gelden.
Ten slotte concludeert de rechtbank dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd is met de Vreemdelingenwet 2000, de Opvangrichtlijn of de Procedurerichtlijn, en verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.