Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] ,geboren op [geboortedatum] , burger van de Oekraïne,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
De directe aanleiding om de Krim te verlaten was de vrees van eiser dat de Russische autoriteiten hem naar Donbas zouden sturen om daar te gaan vechten. Daarnaast vreest eiser voor de Oekraïense veiligheidsdienst SBU als hij terug zou moeten keren naar Oekraïne.
2. eiser heeft de Oekraïense nationaliteit en is afkomstig uit [plaastnaam] op de Krim;
3. eiser heeft op 12 juni 2016 de Kiev Pride bezocht;
4. bij terugkeer naar zijn woonplaats is eiser aan de grens met de Krim ondervraagd door het Azov Bataljon en vervolgens vastgehouden door de Oekraïense veiligheidsdienst, de SBU, waarbij hij gevraagd werd om met hen samen te werken, dan wel met de Hezbur Takhir;
5. enkele dagen later vond een inval in zijn woning plaats door de Russische FSB. Kort daarop heeft de FSB eiser ondervraagd, waarbij hem gevraagd werd voor hen te vechten in Donbas;
6. eiser is vervolgens in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst.
“Het kan inderdaad niet altijd makkelijk zijn. Het is altijd afhankelijk van de situatie. (…) Ik denk dat als ik met mijn binnenlands paspoort naar Rusland was gereisd, niet zijnde de Krim, ik geen problemen zou hebben gehad. Het lag denk ik alleen aan het feit dat ik naar de Krim ging.”
Uit de motivering van het bestreden besluit blijkt niet dat verweerder deze verklaringen van eiser, waarin hij vertelt waarom het reizen van een inwoner van de Krim met een Oekraiëns paspoort vanuit de Oekraïne de aandacht trekt, in zijn beoordeling heeft betrokken.
Het argument van verweerder dat eiser in het nader gehoor heeft verklaard dat hij in januari 2016 ook vanuit de Krim naar Oekraïne en terug is gereisd en toen geen problemen heeft ondervonden, kan het standpunt dat niet inzichtelijk is waarom eiser in juni 2016 wel problemen ondervond aan de Oekraiënse zijde niet mede dragen, omdat de enkele omstandigheid dat eiser dezelfde reis één keer eerder zonder problemen heeft gemaakt, niet reeds maakt dat niet aannemelijk is dat eiser tijdens een volgende reis wel problemen heeft ondervonden. Ten slotte heeft verweerder ten onrechte in het nadeel van eiser meegewogen dat eiser in zijn nader gehoor zou hebben aangegeven dat het gemakkelijker reizen is met een Oekraïens paspoort dan met een Russisch paspoort. Eiser heeft immers in het nader gehoor op pagina 18 na een vraag van de hoorambtenaar daarover uitdrukkelijk verklaard dat het niet altijd makkelijker is om te reizen met een Oekraïens paspoort, maar dat het afhankelijk is van de situatie.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit zijn standpunt dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt dat hij door zijn Oekraïense paspoort en reizend naar de Krim in de belangstelling van het Azov-bataljon kwam te staan, ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Deze beroepsgrond slaagt.
verdachtvan samenwerking met de FSB, maar deze stelling is niet gebaseerd op de verklaringen van eiser tijdens het nader gehoor. Eiser verklaart immers tijdens het gehoor (pagina 7) dat in de loop van het verhoor aan hem enkel de vraag is gesteld:
Ten onrechte stelt verweerder dat de verklaring van eiser dat de verdenking mogelijk kwam doordat eiser een folder van de Pride in Kiev bij zich had, niet te volgen is. Eiser heeft tijdens het gehoor immers niet aangegeven dat er een verband tussen het aantreffen van de folder en de vermeende verdenking zou zijn. Tijdens het gehoor (pagina 7) heeft hij hierover verklaard:
Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat [naam] vlak vóór de grens-overgang met de Krim wel probleemloos kon doorrijden, evenmin tot het oordeel leidt dat eiser zijn problemen niet aannemelijk heeft gemaakt, omdat het standpunt van verweerder dat het “logischer” zou zijn dat [naam] met zijn Russische paspoort werd verdacht van banden met de Russische FSB, voorbij gaat aan de verklaring van eiser dat een persoon die uit de Krim afkomstig is maar een Oekraïens paspoort gebruikt, door de Oekraïense nationalisten gezien kan worden als een spion. Bovendien zegt dit standpunt op zichzelf niets over de aannemelijkheid van de verklaringen van eiser over de problemen die hij verklaart te hebben ondervonden. Gelet op het voorgaande luidt de conclusie dat verweerder het standpunt dat niet geloofwaardig is dat eiser door het Azov-bataljon zou zijn verdacht van samenwerking met de FSB ondeugdelijk heeft gemotiveerd.
De beroepsgrond slaagt.
niet(in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor is dit gecorrigeerd) steunde, ik de kans kreeg om dit te bewijzen of om dit waar te maken. Ik heb gevraagd hoe ik dat moest doen. Ze zeiden dat ik van hen bepaalde contacten kon krijgen, zoals e-mailadressen en skype-adressen van bepaalde personen, en dat ik met hen kon samenwerken van het terugveroveren van de Krim.”
En op pagina 8:
Uit deze verklaringen blijkt niet dat de ondervragers, waarvan eiser stelt dat het medewerkers van de SBU waren, tijdens het gesprek een ommezwaai van 180 graden hebben gemaakt, zoals verweerder meent. Dat aan eiser voorts “geheime en tactische informatie” zou zijn gegeven, is niet gebaseerd op de verklaringen van eiser, maar is een conclusie van verweerder. De aan eiser gegeven informatie beperkt zich volgens de verklaringen immers tot de mededeling dat eiser emailadressen en skype-adressen van contactpersonen in de Krim kon krijgen als hij zou willen samenwerken met de Oekraïners en dat zijn ondervragers contacten hadden met de Hezbur Takhir organisatie. Zonder nadere motivering - die ontbreekt - is niet inzichtelijk waarop de conclusie dat dit geheime en tactische informatie zou zijn, is gebaseerd.
De rechtbank overweegt voorts dat de conclusie van verweerder dat het ongeloofwaardig is dat eiser benaderd werd voor pro-Oekraïense separatistische activiteiten mede is gebaseerd op de stelling dat eiser geen sportman is en dat hij in het verleden is afgekeurd voor de militaire dienst vanwege een hartruis en leverproblemen. Uit de verklaringen van eiser blijkt niet dat zijn ondervragers er van op de hoogte waren dat hij was afgekeurd voor militaire dienst. Bovendien werd hem, blijkens zijn verklaringen in het nader gehoor, niet gevraagd om te vechten, maar om informatie door te spelen. Gelet op het voorgaande ontbeert het standpunt van verweerder dat ongeloofwaardig is dat eiser is overgedragen aan de SBU, een deugdelijke motivering. De beroepsgrond slaagt.
Het vorenstaande neemt overigens niet weg dat verweerder gevolgd kan worden in het standpunt dat uit de verklaringen van eiser tijdens het nader gehoor (pagina 18, onderaan en 19) niet blijkt dat hij daadwerkelijk heeft vastgesteld dat hij door medewerkers van de SBU werd verhoord. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een vermoeden van eiser.
de militairenzei dat hij niet voor hen wilde werken. Later stelt eiser dat dit gesprek juist plaatsvond bij en met
medewerkers van de SBU. De omstandigheid dat eiser op dit punt inconsistente en wisselende verklaringen heeft afgelegd, doet verder afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. Voor de stelling dat eiser, zijnde christelijk orthodox, door de SBU zou zijn gevraagd zich aan te sluiten bij het islamitische Hezbur Takhir, wordt - nu tegen dit onderdeel geen zienswijze is ingediend - verwezen naar het voornemen, waar gemotiveerd is overwogen dat ook hier geen enkel geloof aan wordt gehecht.
Uit de context waarin eiser deze verklaring heeft gedaan, blijkt duidelijk dat hij met “deze militairen” doelt op de mensen die hem verhoorden en waarvan hij vermoedt dat zij van de SBU waren. Dat eiser later ook verklaart dat dit gesprek met medewerkers van de SBU was, is daarom niet tegenstrijdig.
Voorts heeft eiser tijdens het gehoor (pagina 8) niet verklaard dat hij zich diende aan te sluiten bij de Hezbur Takhir maar enkel dat hij met deze organisatie in contact kon worden gebracht:
Deze beroepsgrond slaagt.
Deze beroepsgrond slaagt.
Voor zover eiser in de zienswijze heeft gesteld dat hij heeft verklaard dat de SBU de FSB heeft ingelicht, ter illustratie van de wijze waarop de Oekraïense overheid omgaat met zijn burgers en dat het kan zijn dat een mol in de SBU het doorgeeft aan de FSB, dat een medewerker van de SBU boos is op eiser omdat hij zich niet wil inzetten voor Oekraïne of dat de SBU denkt de FSB te kunnen hinderen door een onderzoek te doen naar een vermeende spion, stelt verweerder dat de zienswijze uitermate speculatief is, en reeds hierom niet kan worden gevolgd. Niet valt in te zien waarom de SBU eiser onder de negatieve aandacht van de tegenhanger van de SBU, de FSB, zou willen brengen, temeer niet nu de SBU hem nog een visitekaartje had gegeven, mocht hij zich willen bedenken. Dit is een ongerijmde en onlogische gang van zaken zou zijn. Voorts heeft eiser in het geheel niet inzichtelijk gemaakt waarom hij in de negatieve belangstelling van de FSB was gekomen. Eiser verklaart zelf dat hij eerder nooit problemen had met de Russische autoriteiten op de Krim na de annexatie. Bovendien was eiser nog niet zo lang geleden ook heen en weer gereisd vanuit de Krim naar Oekraïne, en had hierdoor geen enkel probleem ondervonden. Niet valt in te zien wat nu de aanleiding was dat men het op eiser had voorzien.
Ten slotte brengt de omstandigheid dat eiser nooit eerder in de negatieve belangstelling van de Russische autoriteiten heeft gestaan, niet met zich dat er medio juni 2016 geen aanleiding was om onderzoek naar eiser te doen. De omstandigheid dat eiser volgens zijn verklaringen in januari 2016 ook vanuit de Krim naar Oekraïne en terug is gereisd en daarbij geen problemen heeft ondervonden, levert evenmin een deugdelijke motivering op, nu die reis in een andere context en onder andere feitelijke omstandigheden heeft plaatsgevonden (de verhuizing van zijn moeder). De enkele omstandigheid dat eiser dezelfde reis één keer eerder zonder problemen heeft gemaakt, maakt niet dat reeds daarom niet aannemelijk is geworden dat eiser tijdens de tweede reis wel problemen heeft ondervonden. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat het standpunt van verweerder dat de huiszoeking en de ondervraging door de Russische FSB ongeloofwaardig is, niet deugdelijk is gemotiveerd.
De beroepsgrond slaagt.
Eiser heeft in het nader gehoor als volgt verklaard (pagina 9):
De rechtbank kan verweerder evenmin volgen in het standpunt dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt om welke reden de FSB het zo plotsklaps op hem voorzien zou hebben. Uit pagina 22 van het rapport van nader gehoor blijkt het volgende:
Ze hebben me aan de deur gevraagd of het klopte dat ik deze persoon was en of het klopte dat ik onlangs in Oekraïne was geweest. Ik zei steeds ja. Ze zeiden toen dat als het zo was, dat ze dan huiszoeking bij mij moesten verrichten.”
De beroepsgrond slaagt.
Uit voorgaande verklaring van eiser blijkt niet dat hij tijdens het gesprek met de FSB heeft verteld dat hij is afgekeurd voor de militaire dienst. Evenmin is gebleken dat de FSB op enigerlei wijze daarmee bekend was. Het standpunt van verweerder bevreemdingwekkend is dat de FSB hem een voorstel heeft gedaan om te vechten in de Donbas vanwege het feit dat hij ongeschikt zou zijn voor de militaire dienst, berust daarom op een ondeugdelijke motivering.
De beroepsgrond slaagt.
.De bestreden beschikking vervolgt nog met de stelling dat het ongeloofwaardig is dat eiser bij [naam] kon verblijven omdat hij samen met hem de Krim weer was binnen gereisd en dit bij de autoriteiten bekend was. Ook hier kan verweerder niet gevolgd worden, daar eiser duidelijk heeft aangegeven dat hij alleen was toen hij terugkeerde naar de Krim. [naam] was al eerder teruggegaan toen eiser werd tegengehouden door het Azov-bataljon. De bestreden beschikking rust hier op een foutieve lezing van het dossier.
omdatde FSB had gevraagd of hij in Donbas zou willen gaan vechten. Er is immers geen enkel verband tussen deze zaken zodat verweerder het vechten in Donbas niet als argument kan gebruiken om de ontsnapping uit het ziekenhuis ongeloofwaardig te achten.
Met betrekking tot de plaatsing in het psychiatrisch ziekenhuis heeft eiser het volgende verklaard op pagina 23 van het nader gehoor:
Het is gewoon het feit dat ik deel had genomen aan de mars van gelijkheid, de Kiev Pride. De Oekraïense autoriteiten die kunnen je wel gewoon uitlachen en mondeling beledigen. Dat is de Oekraïense realiteit rondom homoseksuelen. In Rusland wordt het gezien als een ziekte. Ik werd meegenomen om behandeld en genezen te worden. Ik heb nog een vriend die homoseksueel is en hij woonde op de Krim, maar daar werd hij mishandeld op straat en in elkaar geslagen. Hij heeft daar aangifte van gedaan en toen de politie de daders ging verhoren, hebben ze gezegd dat ze het hadden gedaan omdat hij homoseksueel is. De Russische politie heeft toen gezegd dat het dan niet erg was, dat ze er goed aan hadden gedaan en ze werden vrijgelaten. Deze vriend van mij is ook naar Kiev gegaan.
Dat was omdat ik wel homoseksuele vrienden heb, met hen omga en ik hen steun. Ze vonden het niet normaal dat ik zo dacht en zo deed. Dat was de reden dat ik naar een psychiatrisch ziekenhuis werd gebracht. “
Met betrekking tot het standpunt van verweerder dat ongeloofwaardig is dat eiser tot 2 juli 2016 bij [naam] is ondergedoken en dat de FSB/Krim-autoriteiten hem daar niet zijn gaan zoeken nadat hij uit het ziekenhuis was ontsnapt, overweegt de rechtbank het volgende. Eiser heeft tijdens het nader gehoor (pagina 6) als volgt verklaard:
“De auto reed vervolgens weg en toen heb ik het visitekaartje verscheurd en weggegooid. Ik moest toen nog ongeveer een kilometer lopen tot aan de Oekraïense douane.”
De beroepsgrond slaagt.
Beslissing
van deze uitspraak;
betalen.