ECLI:NL:RBDHA:2016:16762
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- I.D. Bellaart
- E.F. Brinkman
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter en rechtbank in BOPZ-procedure
In deze zaak heeft verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechtbank Den Haag en rechter mr. K.M. Braun, vanwege de planning van een BOPZ-zitting een dag voor haar strafzitting. Verzoekster stelde dat deze planning haar verdedigingsbelangen schaadde en getuigde van partijdigheid van de rechtbank.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de planning van de zitting een processuele beslissing is die niet zonder meer tot wraking kan leiden. Er was geen zwaarwegende aanwijzing dat de rechter vooringenomen was of dat de vrees van verzoekster objectief gerechtvaardigd was. Ook ontbrak het aan concrete feiten die een gebrek aan onpartijdigheid aannemelijk maakten.
Daarnaast werd het wrakingsverzoek tegen de gehele rechtbank afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, aangezien de wet geen wraking toestaat van rechters die niet bij de zaak betrokken zijn. De wrakingskamer zag geen aanleiding om een wrakingsverbod op te leggen aan verzoekster.
De beslissing werd genomen door drie rechters en uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2016. Het verzoek tot wraking werd afgewezen en de procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen en het wrakingsverzoek tegen de gehele rechtbank wordt niet-ontvankelijk verklaard.