ECLI:NL:RBDHA:2016:16806
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter in kortgedingprocedure over ontruiming woning
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter mr. De Jonge, die een kortgedingprocedure behandelt over de ontruiming van de door verzoeker gehuurde woning. Verzoeker stelde dat het plannen van de zaak op de zitting van mr. De Jonge partijdigheid of schijn daarvan oplevert en dat er geen spoedeisend belang is bij de kortgedingvordering.
De wrakingskamer oordeelde dat het plannen van een zaak op een zitting een organisatorische handeling van de griffie is en niet aan de rechter kan worden toegerekend. De beoordeling van het spoedeisend belang behoort in de kortgedingprocedure zelf plaats te vinden. Er waren geen feiten die onpartijdigheid of schijn daarvan bij mr. De Jonge aannemelijk maakten.
Verder constateerde de wrakingskamer dat verzoeker het wrakingsmiddel misbruikt door meerdere wrakingsverzoeken in te dienen met als doel de procedure te vertragen. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd voor toekomstige verzoeken tegen mr. De Jonge in deze zaak.
Het verzoek tot wraking werd afgewezen en de kortgedingprocedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het wrakingsverzoek. Deze beslissing werd openbaar uitgesproken op 31 oktober 2016 door de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter De Jonge wordt afgewezen en een volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.