ECLI:NL:RBDHA:2016:16808
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter en oplegging wrakingsverbod
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter mr. O. van der Burg naar aanleiding van een zitting die eerder dan het in de oproep vermelde tijdstip werd uitgeroepen. Verzoeker voelde zich hierdoor onheus behandeld en meende dat de kantonrechter vooringenomen was, mede vanwege eerdere uitspraken over zijn procesgedrag.
De kantonrechter stelde dat hij organisatorische redenen had om de zaak eerder uit te roepen en dat verzoeker de orde in de zittingszaal verstoorde door luidruchtig te reageren en niet te voldoen aan een sommatie om de zaal te verlaten. De wrakingskamer oordeelde dat organisatorische beslissingen geen grond voor wraking vormen en dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid of vooringenomenheid van de kantonrechter.
Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker frequent wrakingsverzoeken indient en dat dit verzoek misbruik van procesrecht betreft. Daarom werd een wrakingsverbod opgelegd, zodat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Van der Burg wordt afgewezen en een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van procesrecht.