ECLI:NL:RBDHA:2016:16813
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen strafrechters in moordzaak na 26 jaar
Verzoeker wordt verdacht van moord gepleegd in 1990 te Den Haag en is na nieuw DNA-onderzoek opnieuw als verdachte aangewezen. Het originele strafdossier is zoekgeraakt en het digitale dossier is incompleet. Tijdens een pro forma zitting op 1 december 2016 werden preliminaire verweren ingediend gericht op niet-ontvankelijkverklaring van het OM en nietigverklaring van de dagvaarding vanwege het ontbreken van het dossier. De rechtbank verklaarde deze verweren ontijdig en wees het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af. Hierop diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de drie strafrechters.
De wrakingskamer behandelde het verzoek op 12 december 2016. Verzoeker stelde dat de beslissing om de verweren ontijdig te verklaren en de afwijzing van de voorlopige hechtenis de schijn van vooringenomenheid wekten, omdat de rechtbank mogelijkheden tot herstel van het dossier zag zonder het originele dossier terug te vinden. De strafrechters en de officier van justitie ontkenden elke vorm van vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing om de preliminaire verweren ontijdig te verklaren een inhoudelijke en procesuele beslissing is waarvan de juistheid niet in een wrakingsprocedure kan worden getoetst. Er is geen sprake van onbegrijpelijkheid of schijn van vooringenomenheid. Ook de afwijzing van de voorlopige hechtenis geeft geen aanleiding tot twijfel aan de onpartijdigheid. Het verzoek tot wraking wordt daarom afgewezen en het proces wordt voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de strafrechters wordt afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid.