Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
V.O.F. Architektenbureau Piet Onderwater & Partners,
Pocomp B.V., vennoot van de V.O.F.,
Kemar Bouwsupport B.V., vennoot van de V.O.F.,
Architectenburo Piet Onderwater B.V., vennoot van de V.O.F.,
1.Procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
2.Overwegingen
zijncomplex en van de te verwachten opbrengst van de te stichten nieuwbouwappartementen bij verkoop. “Met een beetje geluk mag ik er 32 herbouwen in plaats van de 24 die er nu staan, omdat
ikook de vierde verdieping voor appartementen ga gebruiken.” En: “Ik stel voor op korte termijn een afspraak met het stadsdeel te maken. Voor Aldi is het grote voordeel dat er een totaal nieuwe winkel komt.” [eiser] was derhalve wel degelijk betrokken bij het nieuwbouwproject. Het was “zijn” project en hij was ook direct betrokken bij het plan om op de begane grond een supermarkt (Aldi) te vestigen. Hij stelt voor om op korte termijn een afspraak met het stadsdeel te maken. Op 30 mei 2010 zond [eiser] een mail aan [betrokkene] , waarin hij aandringt op spoed, omdat
hijdoor de gedeeltelijke leegstand schade lijdt. Onderwater moet worden benaderd met het dringende verzoek om spoed te betrachten. Ook uit deze mail blijkt de directe betrokkenheid van [eiser] bij dit project. Hij is in afwachting van de deal met Lidl, de gemeente en [betrokkene] en Onderwater is de architect, die spoed moet betrachten, omdat [eiser] anders teveel schade lijdt. Op 28 juli 2010 zond [eiser] twee mails naar [betrokkene] . De eerste in de vroege ochtend, waarin [eiser] zich zorgen maakt over de Ten Katestraat. Het duurt allemaal te lang en hij noemt het risico, dat de bouwvergunning van [betrokkene] voor de Ten Katestraat wordt verleend en [betrokkene] zijn project verkoopt aan een aannemer, waardoor de vestiging van de supermarkt niet meer mogelijk zal zijn. [eiser] stelt voor om aan het Stadsdeel een principetoezegging te vragen inzake het door Onderwater ontworpen bouwplan. Euraco B.V. zou dat moeten vragen, dat zou leges besparen. Ook wordt voorgesteld om [betrokkene] te vragen wat de stand van zaken is. Hij doelt daarbij op het gesprek dat voordien had plaatsgevonden met [betrokkene] en [betrokkene] over de verkoop van het complex Ten Katestraat. Dat gesprek was op niets uitgelopen, omdat [betrokkene] naar de mening van [eiser] een veel te hoge koopsom vroeg. Bovendien boterde het niet tussen [eiser] en [betrokkene] , onder meer, omdat [eiser] één van de bezwaarmakers was geweest tegen het bouwplan van [betrokkene] , waardoor dat zeer was vertraagd. Om die reden stelt [eiser] in zijn mail aan [betrokkene] voor, dat [betrokkene] tegen [betrokkene] moet zeggen, dat hij overweegt om het project van [eiser] te kopen en dat samen te voegen met het project van [betrokkene] . [betrokkene] zou mogelijk wel erin slagen om zaken te doen met [betrokkene] . Het idee om [betrokkene] /Euraco er tussen te schuiven kwam derhalve van [eiser] . Onderwater c.s. stond daar volledig buiten. In zijn tweede mail van 28 juli 2010 geeft [eiser] aan met Teteroo te willen praten over de vraag welke rolverdeling “we gaan doen”. Hij denkt aan een onderhandse verkoop van het hele project aan Euraco B.V., maar zonder levering. Hij heeft vooral het probleem van de zittende huurders van de bovenwoningen op het oog in verband met de aan hen toekomende huurbescherming. Euraco B.V. zou moeten proberen om zoveel mogelijk woningen vanaf de tekening te verkopen en zou gemakkelijker de zittende huurders kunnen bewegen om “mee te doen”. Merquance B.V. en [betrokkene] zouden pas betaald moeten worden bij doorverkoop van de nieuwbouwwoningen aan appartementseigenaren. Uit deze mail blijkt evenzeer de directe betrokkenheid van [eiser] . Deze gedachten van [eiser] zijn nooit gedeeld met Onderwater c.s. Die betrokkenheid blijkt ook uit de mails van 2 augustus 2010 van [eiser] . Hij dringt aan op overleg en merkt op dat de kosten van Piet Onderwater uit de hand lopen. Dit dient te worden gekwalificeerd als een erkenning, dat [eiser] de eigenlijke opdrachtgever is van Onderwater c.s. [eiser] beschrijft twee varianten en komt tot de voorlopige conclusie dat sloop te duur is. Dat [eiser] wel degelijk de feitelijke opdrachtgever was, blijkt uit zijn mail van september 2010 aan Onderwater c.s., waarin [eiser] (namens Rembrandtpark Beheer B.V.) het verzoek doet om de nota’s inzake de splitsing van de Tweede Boerhaavestraat en inzake complex Wenslauerstraat op naam te zetten van Euraco B.V. [eiser] stelt dat Rembrandtpark Beheer B.V. de projectontwikkeling “van dat complex” niet doet. Uit de antwoordmail van Onderwater blijkt, dat hij het verzoek om de facturen op naam te zetten van Euraco B.V. niet goed begrijpt. Hij vraagt of de Wenslauerstraat in relatie met de “ten Caten straat” staat, waarop [eiser] antwoordt dat dat het geval is en dat Wenslauerstraat/Jan Hanzenstraat zijn (“mijn”) woningen met bedrijfsruimten betreft. [eiser] verzoekt Onderwater even geen uren meer te besteden aan het nieuwbouwplan totdat de gemeente dat heeft goedgekeurd. Hij garandeert de betaling van beide nota’s door Euraco B.V. Onderwater c.s. heeft daaruit afgeleid en mogen afleiden, dat [eiser] de feitelijke opdrachtgever was en dat Euraco B.V. er tussen werd geschoven, omdat de betalingen uit het bouwproject moesten verlopen via Euraco B.V. In de andere projecten, waarbij Onderwater c.s. was betrokken, was dat immers ook aldus geregeld. [eiser] vermeldt niet dat het project inzake Wenslauerstraat/Jan Hanzenstraat/Ten Katestraat niet zijn project was, maar eigenlijk het project van Merquance Beheer. Hij meldt dat het “zijn” woningen plus bedrijfsruimten betreft. En niet een project van Rembrandtpark Beheer B.V. Onderwater c.s. meende derhalve op goede gronden dat [eiser] de feitelijke opdrachtgever was, maar dat de facturen om administratieve redenen op naam van Euraco B.V. moesten worden gesteld.
“Ik garandeer betaling van beide nota’s door Euraco b.v. binnen twee weken.”Dat een derde de nota’s zal betalen betekent nog niet dat die derde partij bij de overeenkomst is geworden. De garantie door [eiser] wijst daar ook niet op. [eiser] kon niet namens Euraco B.V. een dergelijke garantie afgeven, daar [eiser] geen bestuurder van Euraco B.V. is en alleen indirect minderheidsaandeelhouder is. Bij niet tijdige nakoming door Euraco B.V. is [eiser] dus zelf gebonden aan zijn garantie. Gezien deze handelwijze van [eiser] , kon Onderwater c.s. toen Euraco B.V. in gebreke bleef met de betaling, [eiser] aanspreken op diens garantie. Daarmee staat niet vast dat Onderwater c.s. een onjuiste schriftelijke verklaring heeft afgelegd en aldus onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] .
- In de dagvaarding onder 4 stelt [eiser] dat [betrokkene] buiten [eiser] en Merquance B.V. om in overleg is getreden met de eigenaren van het buurpand van Merquance B.V. Uit de door Onderwater c.s. overgelegde en door [eiser] niet bestreden e-mailcorrespondentie blijkt echter onomstotelijk dat [eiser] zeer direct betrokken was bij het overleg met de eigenaar van het buurpand. Hij was de initiatiefnemer en was ook bij het overleg aanwezig.
- In de dagvaarding onder 7 stelt [eiser] dat [betrokkene] namens Euraco B.V. opdrachten heeft verstrekt en dat [eiser] hier nooit bij betrokken is geweest. Uit de door Onderwater c.s. overgelegde en door [eiser] niet bestreden e-mailcorrespondentie blijkt echter onomstotelijk dat [eiser] zeer direct betrokken was bij de opdrachten. [eiser] stuurde [betrokkene] aan, bepaalde aan wie de nota’s gezonden moesten worden en stelde zich garant voor de betaling.