ECLI:NL:RBDHA:2016:16882
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op tweede wrakingsverzoek tegen bestuursrechter in omgevingsvergunningprocedure
In deze zaak heeft verzoekster een tweede wrakingsverzoek ingediend tegen de bestuursrechter die haar zaak behandelt over een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westland. Het eerste wrakingsverzoek was reeds afgewezen omdat er geen gegronde redenen waren voor wraking.
De wrakingskamer overweegt dat op grond van artikel 8:16 lid 4 Awb Pro een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die na het eerdere verzoek bekend zijn geworden. Verzoekster heeft geen nieuwe feiten aangevoerd en geeft aan dat zij het niet eens is met de eerdere beslissing en haar eerste verzoek 'dieper wilde gronden'.
De wrakingskamer oordeelt dat het tweede wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen en dat sprake is van misbruik van het wrakingsrecht, mede omdat verzoekster ter zitting verklaarde nooit akkoord te gaan met behandeling van haar zaak door deze bestuursrechter. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en misbruik van het wrakingsrecht.