ECLI:NL:RBDHA:2016:16892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging voorschrift evenredige verdeling mannelijke en vrouwelijke muizen in projectvergunningen dierproeven
Eiseres stelde beroep in tegen het besluit van verweerder om een voorschrift te verbinden aan projectvergunningen voor dierproeven, waarin werd bepaald dat vrouwelijke en mannelijke muizen in een evenredige verhouding moesten worden gebruikt. Verweerder had dit voorschrift opgenomen bij de vergunningen, maar bij latere wijzigingsbesluiten werd dit voorschrift weer verwijderd.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, mede omdat zij aannemelijk had gemaakt dat zij schade had geleden door de besluitvorming. De rechtbank stelde vast dat het wettelijke kader, met name artikel 10a1, tweede lid, van de Wet op de Dierproeven (Wod), niet een onbeperkte bevoegdheid geeft om voorschriften aan vergunningen te verbinden, maar dat dit beperkt is tot situaties waarin dierproeven nog onvoldoende zijn uitgekristalliseerd.
Omdat in deze zaak niet was gesteld of gebleken dat de dierproeven onvoldoende concreet waren beschreven, was verweerder volgens de rechtbank niet bevoegd het voorschrift te verbinden. Ook de aangehaalde Europese richtlijn en nationale bepalingen boden geen grondslag voor het voorschrift. Verder was het voorschrift vooraf niet kenbaar gemaakt en onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten voor zover het voorschrift was verbonden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het voorschrift aan de projectvergunningen herroepen wegens gebrek aan bevoegdheid.