ECLI:NL:RBDHA:2016:16894
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kort geding over strafonderbreking en gratieverzoeken wegens medische behandeling
Eiser ondergaat een gevangenisstraf en lijdt aan een ernstige, ongeneeslijke ziekte waarvoor hij medische behandelingen moet ondergaan. De strafonderbreking die hem hiervoor was verleend, werd door DJI ingetrokken vanwege vermeend niet-naleven van behandelafspraken en huiselijk geweld. Eiser betwist deze feiten en vordert onmiddellijke invrijheidstelling of hernieuwde opschorting van de strafuitvoering.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de strafonderbreking en de opschorting van de tenuitvoerlegging van de straffen marginaal toetsbaar zijn in kort geding, mede omdat eiser beroep heeft ingesteld bij de RSJ, die dit beroep ongegrond heeft verklaard. De minister heeft beleidsvrijheid bij het schorsen van de tenuitvoerlegging van straffen tijdens gratieverzoeken en mag deze schorsing ook intrekken bij gewijzigde omstandigheden.
Verder is het aannemelijk dat ook de lopende gratieverzoeken zullen worden afgewezen, waardoor geen grond bestaat voor schorsing. De rechtbank acht de medische zorg voor eiser binnen detentie adequaat gewaarborgd en ziet geen onrechtmatigheid of misbruik van recht door de Staat. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en bevestigt de intrekking van de strafonderbreking en afwijzing van de gratieverzoeken.