Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
€ 1.500,-- aan [eiseres] verschuldigd te zijn.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, directeur van een stichting die zich inzet voor vrouwenrechten, vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van dwangsommen en het opleggen van een contact- en omgevingsverbod, alsmede een verbod op negatieve uitlatingen over haar privéleven en werk. Dit naar aanleiding van een verklaring waarin gedaagde zich verplichtte zich te onthouden van bepaalde mededelingen en beschuldigingen.
Gedaagde ontkent de gestelde uitlatingen tijdens een evenement en voert aan dat zij slechts een brief aan het bestuur van de stichting heeft verzonden. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat gedaagde de afspraken heeft geschonden en dat zij in de toekomst onrechtmatige uitlatingen zal doen. Er is onvoldoende bewijs voor het verbeuren van dwangsommen of het opleggen van een contactverbod.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nader onderzoek nodig is om de gestelde uitlatingen te bewijzen, wat in kort geding niet mogelijk is. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiseres worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van overtreding van de verklaring.