Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 februari 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
18 september 2015 gedateerde reactie aan de rechtbank doen toekomen.
Overwegingen
In het tweede lid is opgenomen dat indien het consulaat van de vertegenwoordigende lidstaat voornemens is een visum te weigeren, de aanvraag dient te worden doorgezonden aan de bevoegde autoriteiten van de vertegenwoordigde lidstaat, die er vervolgens een definitieve beslissing over nemen.
Het vierde lid van artikel 8 van Pro de Visumcode luidt, voor zover van belang:
“de vertegenwoordigende lidstaat en de vertegenwoordigde lidstaat sluiten een bilaterale regeling die de volgende elementen bevat:
(…)
d) in afwijking van lid 2 kan het consulaat van de vertegenwoordigende lidstaat in de bilaterale regeling worden gemachtigd om, na onderzoek van de aanvraag, te weigeren een visum af te geven.”.
29 december 2010 en 5 januari 2011. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bevoegdheid om op in Nigeria ingediende visumaanvragen te beslissen aan het Franse consulaat is overgedragen. Op grond van artikel 32, derde lid, van de Visumcode brengt dit met zich dat de Franse autoriteiten bevoegd zijn om te beslissen op het bezwaar van eiser. Verweerder heeft zich daarom terecht onbevoegd verklaard om op het bezwaar van eiser te beslissen. Wat eiser in beroep heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.
Beslissing
mr. R.A. de Wit, leden, in aanwezigheid van mr. D.S. Arjun Sharma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2016.