ECLI:NL:RBDHA:2016:1811
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op uitzetting wegens ontbreken spoedeisend belang
Eiseres, een Pakistaanse vrouw gehuwd met een Nederlandse man, vordert een verbod op haar uitzetting en een tijdelijke verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Zij stelt dat zij Nederland niet kan verlaten vanwege de zorg voor haar man die herstellende is van een beenoperatie en hun minderjarige kinderen.
De aanvraag van een verblijfsvergunning is nog in behandeling bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De Staat voert aan dat er geen sprake is van spoedeisend belang en dat eiseres niet bekend is bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, waardoor geen onmiddellijke uitzetting dreigt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgerlijke rechter niet bevoegd is zolang de bestuursrechter een adequate rechtsgang biedt. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij Nederland op korte termijn moet verlaten. Daarom worden haar vorderingen afgewezen. De kosten van het geding worden aan eiseres opgelegd.
Uitkomst: Het gevorderde verbod op uitzetting en de tijdelijke verblijfsvergunning worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.