ECLI:NL:RBDHA:2016:1960
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige Eritrese nationaliteit
Eiseres, die stelt de Eritrese nationaliteit te bezitten, heeft haar asielaanvraag ingediend maar werd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie afgewezen als kennelijk ongegrond. De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van haar identiteit, nationaliteit en herkomst.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor haar Eritrese nationaliteit. Zij heeft geen documenten kunnen overleggen en haar verklaringen over haar Ethiopische identiteitskaart en taalvaardigheid waren inconsistent. Ondanks verzoeken om uitstel en aanhouding van de procedure, werd dit niet toegekend omdat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar zaak voor te bereiden en de procedure voortvarend diende te worden behandeld.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de asielaanvraag kennelijk ongegrond is en wijst het beroep ongegrond. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.