ECLI:NL:RBDHA:2016:2012
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij nareis asiel
Eisers, een Eritrese asielvergunninghouder en haar echtgenoot, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor gezinshereniging in het kader van nareis asiel. De aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden was ingediend. Eisers voerden aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan miscommunicatie tussen verschillende vestigingen van Vluchtelingenwerk Nederland (VWN).
De rechtbank oordeelde dat eiseres tijdig was geïnformeerd over de termijn en dat zij zelf verantwoordelijk was voor het tijdig indienen van de aanvraag. De overgelegde logboeken van VWN toonden geen toezeggingen die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. De rechtbank vond dat eiseres niet voldoende actie had ondernomen om de termijn te bewaken, ondanks haar afhankelijkheid van VWN en taalbarrière.
Daarnaast verwierp de rechtbank het beroep op de Gezinsherenigingsrichtlijn en de Definitierichtlijn, omdat de nationale wettelijke termijnvoorwaarden niet in strijd waren met deze richtlijnen. Ook werd geoordeeld dat het niet horen van eiseres in bezwaar gerechtvaardigd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.