ECLI:NL:RBDHA:2016:2163

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2016
Publicatiedatum
2 maart 2016
Zaaknummer
C/09/503191 / KG ZA 16-27
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 BWArt. 2:48 BWArt. 2:49 BWArtikel 16 StatutenArtikel 19 Statuten
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen kleine minderheid leden tegen bestuur Haagse Moslim-Vereniging wegens onvoldoende grond

In deze kortgedingprocedure vorderden enkele leden van de Haagse Moslim-Vereniging dat het bestuur een ondertekend jaarverslag en volledig financieel jaarverslag over 2014 zou overleggen, de beantwoording van twintig vragen, de begroting voor 2016 zou voorleggen en een onafhankelijk accountantsonderzoek zou worden gelast. De leden stelden dat het bestuur onvoldoende openheid gaf en dat de besluitvorming op de Algemene Ledenvergadering van 7 juni 2015 niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van het vereiste quorum en de noodzakelijke stukken.

De voorzieningenrechter overwoog dat de vorderingen slechts toewijsbaar zijn indien met grote waarschijnlijkheid de bodemrechter deze ook zou toewijzen. De rechtbank stelde vast dat het bestuur had voldaan aan haar verplichtingen door het verstrekken van de balans, winst- en verliesrekening en een toelichting tijdens de ALV. Een ondertekend jaarverslag is niet verplicht en het bestuur hoeft niet het volledige financieel jaarverslag te overleggen. De kascommissie had bovendien de stukken onderzocht en hierover verslag uitgebracht.

De rechtbank verwierp het verweer dat het bestuur verplicht was om de twintig vragen te beantwoorden, omdat het verenigingsrecht geen recht op individuele informatieverstrekking kent buiten de ALV om. De vordering tot het voorleggen van de begroting 2016 was inmiddels achterhaald omdat deze al was ingediend. Een deskundigenonderzoek werd afgewezen omdat een kort geding zich daarvoor niet leent.

De rechtbank concludeerde dat de vorderingen van de leden onvoldoende steun vinden in de wet en statuten en wees deze af. De leden werden veroordeeld in de proceskosten. Hiermee bevestigde de rechtbank dat het bestuur van de vereniging haar financiële en bestuurlijke verplichtingen naar behoren had nagekomen.

Uitkomst: De vorderingen van de kleine minderheid leden tegen het bestuur van de Haagse Moslim-Vereniging worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/503191 / KG ZA 16-27
Vonnis in kort geding van 3 maart 2016
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2] ,
3.
[eiser 3] ,
4.
[eiser 4] ,
5.
[eiser 5] ,
6.
[eiser 6] ,
allen wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat mr. L.P.M. Eenens te Alphen aan den Rijn,
tegen:
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
HAAGSE MOSLIM-VERENIGING "NOEROEL ISLAM"(AHLESOENNAT WAL JAMAAT HANEFIE),
2.
[gedaagde 2] ,
3.
[gedaagde 3] ,
4.
[gedaagde 4] ,
5.
[gedaagde 5] ,
6.
[gedaagde 6] ,
7.
[gedaagde 7] ,
8.
[gedaagde 8] ,
alle(n) gevestigd, respectievelijk wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagden,
advocaat mr. O. Arslan te Rotterdam.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als enerzijds ' [gedaagden] cs' en anderzijds 'de Vereniging' (gedaagde sub 1) en 'het Bestuur' (gedaagden sub 2 tot en met 8). Voor zover gedaagden gezamenlijk worden bedoeld, zullen zij worden aangeduid als 'gedaagden'.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties;
- de brief van gedaagden van 16 februari 2016, met producties;
- de op 17 februari 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.
1.2.
Het bezwaar van eisers tegen de door gedaagden, bij brief van 16 februari 2016, toegezonden producties, omdat deze - in strijd met het bepaalde in artikel 6.2 van het "Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie" - niet binnen 24 uur vóór de zitting zijn ingediend, is op de zitting verworpen. De voorzieningenrechter acht de tijdsoverschrijding van nog geen 20 minuten te gering om de indiening van de vijf producties als strijdig met een goede procesorde te achten.
1.3.
Ter zitting is vonnis is bepaald op heden.

2.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
2.1.
De Vereniging is opgericht op 3 maart 1975. Voor zover hier van belang luiden haar huidige statuten (hierna 'de Statuten'):
"Artikel 3.
Het doel van de vereniging is:
a. het bevorderen van godsdienstige, culturele en sociale belangen der Moslims, alsmede van de betrekking met andere gelijksoortige nationale en internationale organen en instellingen;
b. het bevorderen van de studie van de Islam;
c. het prediken, verkondigen en verbreiden van de Islamitische leer zoals zij is vastgesteld in de Heilige Koran en de overlevering van de heilige profeet Mohamed;
d. het oprichten en instand-houden van moskeën, scholen, bibliotheken en bejaardencentra;
e. het bevorderen van goede intergodsdienstige betrekkingen.
(…)
Artikel 16
1. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig aantekening te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Het bestuur brengt - behoudens verlenging door de Algemene ledenvergadering - binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar op een Algemene ledenvergadering zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Bij gebreke daarvan kan, na afloop van de termijn ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
3. a. De Algemene ledenvergadering kiest uit haar midden jaarlijks een kascommissie,
bestaande uit drie leden en twee plaatsvervangende leden die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
b. De leden treden volgens een op te maken rooster af en zijn aansluitend slechtseenmaal herkiesbaar.
c. De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de Algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
(…)
6. Goedkeuring door de Algemene ledenvergadering van het jaarverslag en de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot décharge.
(…)
Artikel 17.
1. Eénmaal per jaar vóór dertig juni wordt een gewone Algemene ledenvergadering gehouden, waartoe de leden tenminste vijftien dagen tevoren schriftelijk aan hun bij de vereniging bekende adressen worden bijeengeroepen. De wijze waarop deze vergadering wordt gehouden en de wijze van uitoefening van het stemrecht worden geregeld bij huishoudelijk reglement.
(…)
3. In de jaarlijkse Algemene ledenvergadering worden onder meer behandeld:
(…)
c. de rekening en verantwoording over het afgelopen verenigingsjaar en de décharge van de penningmeester;
d. de begroting voor het komende verenigingsjaar;
(…)
(…)
Artikel 19.
1. Een ledenvergadering kan alleen besluiten nemen, wanneer tenminste zevenenzestig procent (67%) van het aantal stemgerechtigde leden aanwezig is en slechts over onderwerpen, in de oproeping vermeld.
(…)
3. Is aan de vereisten, genoemd in het eerste lid niet voldaan, dan beslist een opzettelijk daartoe bijeengeroepen volgende ledenvergadering, welke niet later dan dertig dagen na de eerste vergadering wordt gehouden, met gewone meerderheid van de alsdan uitgebrachte geldige stemmen."
2.2.
Gedaagden sub 2 tot en met 8 vormen het bestuur van de Vereniging.
2.3.
[gedaagden] cs zijn lid van de Vereniging.
2.4.
Op 18 mei 2015 zijn de leden van de Vereniging uitgenodigd voor de jaarlijkse Algemene ledenvergadering ('ALV') van 7 juni 2015. Voor zover hier van belang vermeldt de uitnodiging, waarbij geen bijlagen zijn gevoegd:
"De agenda:
(…)
8. Boekjaar 2014
a. Toelichting Kascommissie boekjaar 2014
b. Financiële verantwoording over 2014
c. Decharge penningmeester
(…)
De bijbehorende documenten, welke gedurende de ALV besproken zullen worden, zijn beschikbaar op de ALV dag en zijn tevens op verzoek eerder te verkrijgen. Indien u wenst deze eerder te ontvangen verzoeken wij u contact op te nemen met het secretariaat vianoeroelislam@gmail.com."
2.5.
Naar aanleiding van de uitnodiging heeft eiseres sub 3 op 20 mei 2015 aan de Vereniging verzocht om toezending van stukken met betrekking tot onder andere agendapunt 8.
2.6.
In reactie daarop heeft de Vereniging - bij e-mailbericht van 21 mei 2015 - onder meer bericht dat de controle over 2014 nog niet is afgerond en dat helaas geen informatie kan worden vertrekt over de financiën.
2.7.
Tijdens de ALV van 7 juni 2015 is aan de aanwezige leden uitgereikt:
( i) een verslag van de kascommissie over het boekjaar 2014;
(ii) een verslag van de secretaris en de penningmeester over het jaar 2014;
(iii) de balans per 31 december 2014, zijnde pagina 5 van het 87 pagina's tellende Financieel jaarverslag 2014;
(iv) de winst- en verliesrekening over 2014, zijnde pagina 6 van het Financieel jaarverslag 2014;
( v) de winst- en verliesrekening over 2014-2013, zijnde pagina 87 van het Financieel jaarverslag 2014.
2.8.
Nadat [gedaagden] cs, althans één of meer van hen, (het bestuur van) de Vereniging hadden verzocht deugdelijk rekening en verantwoording af te leggen en een begroting ter goedkeuring voor te leggen, heeft hun advocaat - bij brief van 28 september 2015 - gedaagden gesommeerd om rekening en verantwoording af te leggen en -
in het kader van de rekening en verantwoording- een twintigtal vragen, met subvragen, te beantwoorden. Op 19 oktober 2015 hebben gedaagden daarop afwijzend gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
Al dan niet op straffe van verbeurte van een dwangsom vorderen [gedaagden] cs, zakelijk weergegeven:
I. gedaagden te veroordelen om (i) een ondertekend jaarverslag uit te brengen aan de ledenvergadering met betrekking tot de gang van zaken in 2014 binnen de Vereniging en over het in 2014 gevoerde beleid, waarin tevens wordt ingegaan op de kwesties die in de - onder 2.8 vermelde - brief van 28 september 2015 aan de orde zijn gesteld en (ii) een door het Bestuur ondertekend volledig Financieel jaarverslag 2014 van 87 pagina's, waaronder begrepen de ondertekende balans en de ondertekende staat van baten en lasten (telkens) voorzien van een ondertekende toelichting, ter goedkeuring voor te leggen aan de ledenvergadering;
II. gedaagden te veroordelen de twintig vragen, met subvragen, zoals gesteld in de brief van 28 september 2015 naar eer en geweten, waarheidsgetrouw en zo volledig mogelijk te beantwoorden;
III. de Vereniging te veroordelen haar begroting voor het verenigingsjaar 2016 ter goedkeuring voor te leggen aan haar ledenvergadering;
IV een deskundigenonderzoek te gelasten door een onafhankelijke accountant met betrekking tot - kort gezegd - de financiële toestand van de Vereniging, onder veroordeling van gedaagden om aan dat onderzoek mee te werken;
een en ander met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
Daartoe voeren [gedaagden] cs - samengevat - het volgende aan.
Tussen enerzijds [gedaagden] cs en hun achterban van ruim 120 leden en anderzijds gedaagden bestaat al geruime tijd een gespannen verhouding, omdat de Vereniging niet behoorlijk wordt bestuurd en haar besluitvorming niet rechtsgeldig tot stand komt. Er is onvoldoende openheid en transparantie binnen de Vereniging, terwijl het in financieel opzicht al meer dan tien jaar een rommeltje is. [gedaagden] cs ventileren hun bezwaren regelmatig, maar er verandert niets. Tijdens de ALV van 7 juni 2015 is - ondanks de wettelijke en statutaire verplichting daartoe - geen rekening en verantwoording afgelegd met betrekking tot het jaar 2014, althans heeft de besluitvorming dienaangaande op een ondeugdelijke wijze plaatsgevonden aangezien het vereiste quorum niet aanwezig was en de leden niet beschikten over de daarvoor noodzakelijke stukken. Bovendien is op die vergadering niet de begroting betreffende 2016 voorgelegd, wat wel had gemoeten. Teneinde de democratie binnen de Vereniging te herstellen en meer openheid te creëren hebben [gedaagden] cs - via hun advocaat - bij brief van 28 september 2015 een twintigtal vragen (met subvragen) gesteld aan gedaagden, maar deze worden - ondanks de gehoudenheid daartoe - ten onrechte niet, althans verre van volledig, beantwoord. Op grond van de opgedane ervaringen in het verleden hebben [gedaagden] cs er geen vertrouwen meer in dat gedaagden nog openheid van zaken zullen geven. In verband hiermee en nu de kascommissie, waarvan de leden overigens niet rechtsgeldig zijn benoemd, haar taken niet goed uitoefent, moet - met het oog op de financiële toestand van de Vereniging, de getrouwheid van de stukken, de juistheid en volledigheid van de afgelegde rekening en verantwoording over 2014 en de beantwoording van de vragen in de brief van 28 september 2015 - een deskundigenonderzoek worden bevolen door een onafhankelijke accountant.
3.3.
Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4.De beoordeling van het geschil

Vooraf
4.1.
Vooropgesteld wordt dat de Vereniging ruim 1000 - stemgerechtigde - leden heeft, zodat [gedaagden] cs slechts een kleine minderheid van de leden vormen. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat zij mede hun achterban - van naar zij stellen ruim 120 leden - vertegenwoordigen, is sprake van kleine minderheid. Gelet op het karakter van een vereniging kan het niet zo zijn dat [gedaagden] cs en hun medestanders - als minderheid - hun wil aan (het bestuur van) de Vereniging opleggen.
4.2.
Mede gelet op het voorgaande komen de vorderingen van [gedaagden] cs slechts voor toewijzing in aanmerking, indien met een grote mate van waarschijnlijk moet worden aangenomen dat de bodemrechter deze zal toewijzen. Dat geldt - op grond van hetgeen hierna nog zal worden overwogen - in het bijzonder voor de onder 3.1 sub I tot en met III vermelde vorderingen.
4.3.
Voorts wordt - bij wijze van inleiding - opgemerkt dat een groot aantal stellingen van [gedaagden] cs betrekking heeft op de - zich volgens hen voordoende - omstandigheid dat al geruime tijd geen rechtsgeldige besluiten zijn genomen binnen de Vereniging, omdat het daarvoor - ingevolge artikel 19 lid 1 van Pro de Statuten - vereiste quorum niet aanwezig was op de ledenvergaderingen en evenmin een 'opzettelijk bijeengeroepen volgende ledenvergadering' in de zin van artikel 19 lid 3 van Pro de Statuten heeft plaatsgevonden. Die stellingen kunnen echter buiten beschouwing blijven, nu de vorderingen in dit kort geding niet strekken tot de ongeldigheid van bepaalde besluiten op die grond en de toewijsbaarheid van de vorderingen van [gedaagden] cs niet (mede) afhankelijk is van het niet voldoen aan artikel 19 van Pro de Statuten. Overigens lenen vorderingen tot ongeldigverklaring van besluiten zich - in beginsel - niet voor behandeling in kort geding.
De vordering sub I
4.4.
De onder 3.1 sub I vermelde vordering baseren [gedaagden] cs op het bepaalde in de artikelen 2:48 van het Burgerlijk Wetboek ('BW') en 16 van de Statuten, voor zover daarin de door het Bestuur af te leggen rekening en verantwoording is geregeld. [gedaagden] cs stellen zich op het standpunt dat de door het Bestuur op de ALV van 7 juni 2015 afgelegde rekening en verantwoording betreffende 2014 niet door de beugel kan. Naast de afwezigheid van het vereiste quorum - welke eventuele omstandigheid verder buiten beschouwing kan blijven gelet op hetgeen onder 4.3 is overwogen - voeren [gedaagden] cs daartoe aan dat de leden over onvoldoende stukken beschikten om dienaangaande een besluit te kunnen nemen; in het bijzonder heeft het Bestuur verzuimd de door [gedaagden] cs gevorderde stukken te overleggen. Nog los van de vraag of het alsnog verstrekken van die stukken de besluitvorming betreffende de afgelegde rekening en verantwoording op de ALV nog kan beïnvloeden, strandt de vordering reeds op grond van het navolgende.
4.5.
Aan een jaarverslag worden geen vormvereisten gesteld; het kan ook mondeling worden uitgebracht. Dat ligt slechts anders in geval van een vereniging in de zin van artikel 2:49 BW Pro. Gesteld noch gebleken is dat de Vereniging daartoe behoort. [gedaagden] cs kunnen derhalve geen aanspraak maken op een ondertekend jaarverslag. Verder is van belang dat het Bestuur op grond van de artikelen 2:48 lid 1 BW en 16 lid 2 van de Statuten enkel gehouden is een balans en een staat van baten en lasten met een toelichting aan de ALV te verstrekken. Hieraan is voldaan nu op de ALV de balans per 31 december 2014 en de winst- en verliesrekeningen betreffende 2014 zijn uitgereikt aan de leden, terwijl het verstrekte verslag van de secretaris en de penningmeester over het jaar 2014 kan worden aangemerkt als de "toelichting" in de hiervoor bedoelde zin. Tot uitreiking van meer stukken is het bestuur niet gehouden. Het is in ieder geval niet verplicht om het volledige - 87 pagina's omvattende - Financieel jaarverslag 2014, waarvan de balans en de winst- en verliesrekeningen deel uitmaken, over te leggen. Daar komt bij dat de kascommissie - blijkens het door haar opgemaakte verslag, dat op de ALV is uitgereikt aan de leden - de rekening en verantwoording, ofwel de balans, de staat van baten en lasten (lees: de winst- en verliesrekeningen), alsmede de toelichting daarop heeft onderzocht.
4.6.
Een en ander betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat gedaagden hebben voldaan aan hun onderhavige verplichtingen en dat - in het kader van de af te leggen rekening en verantwoording - niet behoeft te worden ingegaan op de vragen, zoals geformuleerd in de brief van 28 september 2015. Gelet hierop zal de hier besproken vordering worden afgewezen.
De vordering sub II
4.7.
Volgens [gedaagden] cs zijn gedaagden op grond van het bepaalde in de artikelen 2:8 BW, 2:48 lid 1 BW en 16 lid 2 van de Statuten gehouden om de 20 vragen, inclusief subvragen, zoals gesteld in de brief van 28 september 2015, te beantwoorden.
4.8.
Voor zover de vordering is gebaseerd op artikel 2:48 lid 1 BW Pro en/of artikel 16 lid 2 van Pro de Statuten, strandt deze op grond van het hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de vordering sub I.
4.9.
[gedaagden] cs kunnen niet worden gevolgd in hun stelling dat uit de in artikel 2:8 BW Pro voorgeschreven redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat gedaagden jegens hen verplicht zijn de vragen te beantwoorden. Een dergelijke vergaande informatieplicht van (het bestuur van) een vereniging ten opzichte van één of meer individuele leden volgt in ieder geval niet uit artikel 2:8 BW Pro. Zoals gedaagden terecht hebben aangevoerd, kent het in Boek 2 van het BW neergelegde verenigingsrecht - anders dan ten aanzien van de naamloze en de besloten vennootschap (zie artikelen 2:107 lid 2 en 2:217 lid 2 BW) - niet expliciet aan (individuele) leden een recht op informatie toe. De ALV controleert het bestuur van een vereniging en het is aan haar om te bepalen of daartoe voldoende informatie is verstrekt. Daarbuiten heeft een (individueel) lid niet het recht om van het verenigingsbestuur te verlangen dat deze aan hem afzonderlijke informatie verstrekt.
4.10.
Ook de vordering sub II komt dus niet voor toewijzing in aanmerking.
De vordering sub III
4.11.
Bij de hiervoor onder 1.1 vermelde brief van 16 februari 2016 is de begroting voor wat betreft het boekjaar 2016 in het geding gebracht. Gelet hierop en nu gedaagden - onweersproken - hebben aangevoerd dat die begroting tijdens de eerstvolgende vergadering van de Vereniging zal worden behandeld, moet worden geoordeeld dat [gedaagden] cs geen belang meer hebben bij hun vordering om de begroting voor het verenigingsjaar 2016 voor te leggen aan de ledenvergadering, zodat deze zal worden afgewezen.
De vordering sub IV
4.12.
De vorderingen betreffende een door een onafhankelijke accountant te verrichten deskundigenonderzoek zal eveneens worden afgewezen, aangezien een kort gedingprocedure zich daarvoor niet leent. [gedaagden] cs erkennen dat ook tot op zekere hoogte. Mede gelet op al hetgeen hiervoor al is overwogen, brengen - anders dan [gedaagden] cs hebben aangevoerd - de, in hun ogen, bijzondere omstandigheden van het geval niet mee dat daarop in de onderhavige situatie een uitzondering moet worden gemaakt.
Afronding
4.13.
De slotsom is dat alle vorderingen van [gedaagden] cs zullen worden afgewezen.
4.14.
[gedaagden] cs zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van [gedaagden] cs af;
5.2.
veroordeelt [gedaagden] cs in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 1.435,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 619,-- aan griffierecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2016.
jvl