ECLI:NL:RBDHA:2016:232
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van Opiumwet wegens hennep
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Den Haag om een woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van 10,6 kilogram hennep in de woning. De sluiting zou zes maanden duren en was bedoeld als bestuursdwangmaatregel.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de hennep een handelshoeveelheid betreft en dat de burgemeester de sluiting passend acht vanwege de grote hoeveelheid. Verzoeker, eigenaar en verhuurder van de woning, stelt dat er geen handel vanuit de woning plaatsvond, geen overlast was en dat hij aanzienlijke financiële schade lijdt door de sluiting.
De rechter oordeelt dat het bezwaar van verzoeker redelijke kans van slagen heeft, mede omdat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet volstaan kon worden met een waarschuwing of een kortere sluiting. Ook is van belang dat verzoeker geen professioneel verhuurder is en dat de huurder inmiddels is vertrokken. Daarom wordt het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staan geen rechtsmiddelen open.
Uitkomst: Het primaire besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.