Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
HTM PERSONENVERVOER N.V.,
Rechtbank Den Haag
HTM Personenvervoer N.V. verzocht de kantonrechter om vervangende toestemming te verlenen voor de invoering van het Dienstenpakket Rail 2016, nadat de ondernemingsraad (OR) instemming had onthouden. De OR had aanvankelijk geen concrete motivering gegeven, maar bracht later diverse bezwaren naar voren, waaronder onvoldoende rekening houden met wensen van medewerkers en veiligheid van het rijdend personeel.
De kantonrechter erkende de complexiteit van de zaak en de gedetailleerde technische producties, maar besloot om geen deskundige te benoemen vanwege proceseconomische redenen. In plaats daarvan richtte hij zich op het subsidiaire standpunt van HTM dat zwaarwegende bedrijfsorganisatorische en bedrijfseconomische belangen zich verzetten tegen het uitstellen van de invoering.
Het bedrijfseconomische belang werd als voldoende zwaarwegend beoordeeld, mede gezien de tijdsdruk en het feit dat de nieuwe dienstregeling al in werking was getreden. De kantonrechter benadrukte dat de subjectieve zorgen van het personeel over veiligheid serieus genomen moeten worden en adviseerde HTM om binnen het dienstenpakket structureel aandacht te besteden aan veiligheid.
Uiteindelijk verleende de kantonrechter de vervangende toestemming aan HTM voor de invoering van het dienstenpakket, zonder toepassing van artikel 289 Rv Pro.
Uitkomst: De kantonrechter verleent vervangende toestemming aan HTM voor invoering van het Dienstenpakket Rail 2016.