ECLI:NL:RBDHA:2016:240
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning kennismigrant wegens niet voldoen salariscriterium en frauduleus handelen
Eiser, een Turkse kennismigrant, en zijn gezin kregen hun verblijfsvergunningen met terugwerkende kracht ingetrokken omdat eiser niet daadwerkelijk voldeed aan het salariscriterium, ondanks dat dit op papier wel leek te kloppen. Uit onderzoek van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid bleek dat een aanzienlijk deel van het salaris niet daadwerkelijk was uitbetaald. Eiser kon dit niet met bewijs staven en verklaarde dat het ingehouden salaris contant werd uitbetaald, maar zonder kwitanties.
De rechtbank oordeelde dat eiser had moeten opmerken dat hij minder salaris ontving dan contractueel was overeengekomen en dit had moeten melden, waardoor hij mee heeft gewerkt aan een frauduleuze situatie. Hierdoor kon de intrekking met terugwerkende kracht plaatsvinden zonder strijd met het Besluit 1/80 en de standstill-bepalingen.
Verder werd het beroep op het recht op eerbiediging van het privé- en familieleven (artikel 8 EVRM Pro) verworpen, omdat eiser geen bijzondere binding met Nederland had opgebouwd die een terugkeer naar Turkije zou verhinderen. Ook werden de overige aangevoerde bijzondere omstandigheden onvoldoende geacht om af te zien van intrekking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de verblijfsvergunningen van eiser, zijn echtgenote en minderjarige kinderen.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de intrekking met terugwerkende kracht van de verblijfsvergunningen wegens niet voldoen aan het salariscriterium en frauduleus handelen.