ECLI:NL:RBDHA:2016:2790
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij Turkse zelfstandige
Verzoeker, een Turkse zelfstandige, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier afgewezen gekregen en maakte bezwaar tegen dit besluit. Hij verzocht om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou verbieden totdat op het bezwaar was beslist. De voorzieningenrechter onderzocht of er sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend belang.
Verzoeker stelde dat hij zonder rechtmatig verblijf dreigde te worden uitgezet en dat hij beperkingen zou ondervinden in zijn bedrijfsvoering. Verweerder gaf aan dat er geen specifiek uitzettingsbeleid is voor Turkse zelfstandigen en dat zij in de regel niet worden uitgezet zolang het bezwaar loopt, tenzij zij onder bijzondere omstandigheden in beeld komen bij de autoriteiten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen concrete dreiging van uitzetting was en dat het verzoek in wezen strekte tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, wat niet via een voorlopige voorziening kan worden bereikt. Ook was er geen spoedeisend belang bij de identificatieplicht of het verkrijgen van een voorlopig oordeel. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en concrete dreiging van uitzetting.