Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
- brief van 18 februari 2010. Hierin wordt onder meer melding gemaakt van een onterecht gebruik van de nooddeur en het negeren van instructies hierover en het niet opvolgen van redelijke instructies of opdrachten. Het intern geldende sanctiebeleid wordt als bijlage meegestuurd.
- brief van 20 oktober 2011. Aan de werknemer wordt onder meer verweten: grof taalgebruik, teveel tijd besteed aan persoonlijke verzorging, het onnodig van het werk houden van collega’s, het gevaarlijk manoeuvreren met de heftruck, schelden en tieren/niet normaal reageren op een redelijke opdracht, het maken van fouten. De werkgever wijst er daarbij op dat de werknemer ook vóór 2010 al vaker is gewaarschuwd en aangesproken op zijn gedrag en dat een eerste officiële waarschuwing in mei 2005 is gegeven.
- brief van 9 december 2011. Hierin wordt de werknemer gewaarschuwd dat hij zich moet houden aan werktijden en aan het voorschrift dat beschermend schoeisel moet worden gedragen.
- brieven van 23 januari en 2 februari 2012. In deze brieven wordt een officiële waarschuwing bevestigd omdat de werknemer op 10 januari 2012 ongeoorloofd afwezig is geweest. Er wordt een boetemaatregel van inhouding van een halve dag loon opgelegd. Aangekondigd wordt dat eventueel ontslag kan volgen, ondanks dat er sprake is van een langdurig dienstverband.