Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Afwijkingvan artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wav
vindt plaatsonder de voorwaarde dat de aanvraag en de daarin opgenomen wervingsinspanningen, verplichtingen en het totaal van het aantal verleende vergunningen in een bepaald tijdvak voldoen aan de voorwaarden die zijn overeengekomen in het convenant Aziatische Horeca (Convenant).
onherroepelijkeopgelegde bestuurlijke boete.
Dat in het eerste lid van artikel 3a van het Convenant staat dat de bij of krachtens de Vw en Wav gestelde voorwaarden, waaronder (paragraaf 40 van) de Uitvoeringsregels, onverminderd van toepassing zijn, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Een andere uitleg, inhoudende dat binnen het bereik van het tweede lid van artikel 3a van het Convenant ook bijvoorbeeld paragraaf 40 van de Uitvoeringsregels zou moeten worden begrepen, zou het gebruik van de in artikel 8, derde lid, van de Wav neergelegde discretionaire afwijkingsbevoegdheid, in het kader waarvan paragraaf 19a aan de Uitvoeringsregels is toegevoegd en het Convenant is opgesteld, zinledig zijn. Indien de hiervoor vermelde andere uitleg zou moeten worden gevolgd, dan had de minister van SZW immers kunnen volstaan met het enkel buiten toepassing laten van artikel 8, eerste lid, van de Wav, wat niet overeenkomstig de bedoeling van de minister van SZW is.
wordt... geweigerd ...”, maar dat in dit artikellid staat: “Een GVVA
kan... worden geweigerd ...”. Gezien deze in artikel 3a, tweede lid, van het Convenant neergelegde KAN-bepaling leidt een overtreding van arbeidswetten dus niet automatisch tot een afwijzing, maar dient een belangenafweging plaats te vinden, aldus eiser.
kan” staat, leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel.
In paragraaf 19a van de Uitvoeringsregels staat onder meer dat
afwijkingvan artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wav
plaatsvindtonder de voorwaarde dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden die zijn overeengekomen in het Convenant. Dit brengt met zich dat ingeval niet wordt voldaan aan de voorwaarden als neergelegd in het Convenant afwijking dus niet plaatsvindt. Enige ruimte voor de door eiser gewenste belangenafweging is er dus niet.