ECLI:NL:RBDHA:2016:3938
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen ontslag wegens ontheffing initiële militaire opleiding
Verzoeker, een militair die in april 2013 begon aan de initiële opleiding bij het Korps Mariniers, viel uit vanwege medische redenen. Na verschillende medische onderzoeken werd vastgesteld dat hij geschikt was voor bepaalde functieclusters maar ongeschikt voor het Korps Mariniers. De minister van Defensie verleende hem eervol ontslag wegens ontheffing uit de initiële opleiding.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde dat het ontslag in strijd was met de ontslagbeschermingstermijn van 24 maanden en dat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht. Ook beriep hij zich op het gelijkheidsbeginsel. De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontslag gebaseerd was op een discretionaire bevoegdheid en dat de minister in redelijkheid tot het ontslag kon besluiten.
De ontslagbescherming was volgens het medisch onderzoek op 8 april 2015 geëindigd, omdat verzoeker geschikt werd geacht voor andere functieclusters. De rechtbank verwierp de stellingen van verzoeker over ontslagbescherming en onvoldoende re-integratie-inspanningen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat er geen sprake was van gelijke gevallen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag wegens ontheffing uit de initiële opleiding wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.