Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Geldigheid van de dagvaarding
4.Bewijsoverwegingen
- Het Excelbestand dat zich in het dossier bevindt, waarin per rijschool de kandidaten worden genoemd die vermoedelijk tegen betaling zijn geslaagd voor hun rijexamen, betreft een schatting, gebaseerd op vooronderstellingen. Niet kan worden bewezen dat de verdachte deze 197 kandidaten ten onrechte heeft laten slagen. De bewezenverklaring dient daarom te worden beperkt tot “een groot aantal”.
- De tenlastegelegde pleegperiode is te lang. Het examen van [naam] op 21 oktober 2011 kan als eerste frauduleuze examen worden aangemerkt.
- Het dossier bevat onvoldoende bewijs om te concluderen dat verdachte, zonder daar melding van te maken, kandidaten liet slagen terwijl zij het examen in een auto met automaat hadden gereden.
- Het dossier bevat onvoldoende bewijs om te concluderen dat verdachte kandidaten heeft laten slagen terwijl zij het examen niet (volledig) hadden afgelegd.
- Het dossier bevat onvoldoende bewijs om te concluderen dat verdachte kandidaten ten onrechte heeft laten zakken.
exact197 kandidaten tegen betaling heeft laten slagen. De omstandigheid dat één of meerdere indicatoren aan de orde zijn, is daartoe onvoldoende. Gelet op de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij ongeveer 70 kandidaten tegen betaling heeft laten slagen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte het CBR heeft bewogen tot de afgifte van een groot aantal rijbewijzen.
19 mei2011 tot en met 3 oktober 2014 in Amsterdam en Hoorn en Eemnes en Leusden en Zaandam en Lijnden en Den Helder en Akersloot en Rijswijk, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR) heeft bewogen tot de afgifte van een groot aantal rijbewijzen voor de categorie B (personenauto), hebbende verdachte en zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -
rijinstructeursen rijschoolhouders over de data en tijden en locaties waar hij examens zou afnemen en
19 mei2011 tot en met 3 oktober 2014 in Amsterdam en Hoorn en Eemnes en Leusden en Amstelveen en Zaandam en Lijnden en Den Helder en Akersloot en Alkmaar en Rijswijk, telkens een bewijs van behalen rijexamen voor het categorie B-rijbewijs (personenauto) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, door telkens valselijk via een tablet aan het CBR door te geven dat een kandidaat was geslaagd voor het rijexamen
de periode van 19 mei2011 tot en met 3 oktober 2014 in Amsterdam en Hoorn en Eemnes en Leusden en Amstelveen en Zaandam en Lijnden en Den Helder en Akersloot, als ambtenaar, te weten als examinator van het CBR, telkens een gift, te weten 500 euro, in elk geval enig geldbedrag, heeft aangenomen, wetende dat deze hem, verdachte werd gedaan, teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, namelijk het laten slagen van één of meerdere kandidaten voor het rijexamen, ook als de betreffende kandidaten niet voldeden aan de rijgeschiktheidsnorm voor het behalen van dat examen.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
9 (negen) MAANDEN;