Verzoekers, een gehuwd Nederlands echtpaar, hebben via hoogtechnologisch draagmoederschap in Oekraïne een kind laten verwekken. De geboorteakte uit Oekraïne vermeldt verzoekers als ouders, maar deze is niet in overeenstemming met het Nederlandse recht, omdat de wensmoeder niet als juridische moeder wordt erkend zonder adoptie. De rechtbank oordeelt dat de Oekraïense geboorteakte strijdig is met de Nederlandse openbare orde en wijst het primaire verzoek tot erkenning van familierechtelijke betrekkingen af.
Het subsidiaire verzoek tot het opmaken van een akte van erkenning door verzoeker wordt eveneens afgewezen, omdat erkenning pas kan plaatsvinden nadat de geboortegegevens zijn vastgesteld. De rechtbank stelt daarom de noodzakelijke geboortegegevens van de minderjarige vast op grond van artikel 1:25c BW en benoemt een bijzondere curator die namens de minderjarige een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kan indienen.
De rechtbank volgt hierbij de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarbij het biologische vaderschap, ook bij donorzaad, wordt erkend indien sprake is van een gezinsleven. De zaak wordt aangehouden in afwachting van het verzoek van de bijzondere curator, met mogelijkheid tot verdere reactie van partijen.