Uitspraak
- het vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 april 2013 waarbij de terbeschikkinggestelde onder voorwaarden ter beschikking is gesteld, welke terbeschikkingstelling dadelijk uitvoerbaar is verklaard op grond van artikel 38 lid 6 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014, waarbij het vonnis van de rechtbank van 11 april 2013 is vernietigd en terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is opgelegd;
- de beslissing van de rechtbank Den Haag van 3 november 2014, waarbij de vordering tot het alsnog gelasten van de verpleging van overheidswege is toegewezen;
- de beslissing van de rechtbank Den Haag van 2 juni 2015, waarbij de maatregel van terbeschikkingstelling, opgelegd bij vonnis van 11 april 2013, met een termijn van twee jaar is verlengd;
- de beslissing van de Penitentiaire kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2015, waarbij de beslissing van de rechtbank Den Haag van 3 november 2014 tot alsnog verpleging werd vernietigd en de vordering tot het alsnog gelasten van de verpleging van overheidswege werd afgewezen;
- de beslissing van de Penitentiaire Kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 september 2015, waarbij de beslissing van de rechtbank van 2 juni 2015 tot verlenging van de terbeschikkingstelling (na bevel tot alsnog verpleging) met twee jaar is vernietigd en de terbeschikkingstelling met voorwaarden werd verlengd met één jaar;
- het arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2016, waarbij het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2014 van de terbeschikkinggestelde is verworpen;
- voornoemde vordering van de officier van justitie, ingekomen op 23 februari 2016.
Overwegingen:
- op 2 juni 2015 heeft de rechtbank Den Haag de maatregel van terbeschikkingstelling, opgelegd bij vonnis van 11 april 2013, met een termijn van twee jaar verlengd;
- op 3 september 2015 heeft de Penitentiaire Kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar vernietigd en de terbeschikkingstelling met één jaar verlengd.