Uitspraak
Vaststellen overlijden/Verklaring rechtsvermoeden van overlijden
Beschikking op het op 16 juli 2015 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster]
Procedure
Verzoek
Beoordeling
Beslissing
Oproep
,
.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde op 20 april 2016 een verzoek tot vaststelling van overlijden van een persoon die sinds januari 1992 vermist is. Verzoekster, een familielid met rechtstreeks belang, vroeg primair om een verklaring van overlijden en subsidiair om de vermiste op te roepen om haar in leven zijn te bewijzen, en bij uitblijven daarvan een rechtsvermoeden van overlijden uit te spreken.
De rechtbank stelde vast dat ondanks het langdurige ontbreken van enig spoor sinds 1992, het overlijden niet onomstotelijk als zeker kon worden beschouwd, waardoor het primaire verzoek werd afgewezen. Wel werd het subsidiaire verzoek gegrond verklaard, omdat de wettelijke termijn van vijf jaar sinds de laatste tijding van leven was verstreken en het bestaan van de vermiste onzeker is.
De rechtbank beval de oproeping van de vermiste via advertenties in landelijke media met een termijn van een maand om te verschijnen, waarna bij uitblijven van reactie het rechtsvermoeden van overlijden zal worden vastgesteld. Het verzoekschrift werd onderbouwd met het langdurige politieonderzoek, de afwijzing van vervolging tegen mogelijke verdachten, en de inspanningen van verzoekster om het lichaam te vinden en de zaak te vervolgen.
Uitkomst: Het primaire verzoek tot vaststelling van overlijden is afgewezen, het subsidiaire verzoek tot oproeping en verklaring van rechtsvermoeden van overlijden is toegewezen.