Uitspraak
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
1.De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ),
[verzoeker sub 2] ,
Rechtbank Den Haag
De Nederlandse Vereniging van Journalisten en een medeverzoeker dienden een wrakingsverzoek in tegen rechter-plaatsvervanger J.S. Honée, vanwege haar eerdere werkzaamheden als advocaat bij de landsadvocaat, waar zij de Staat vertegenwoordigde in juridische procedures. Verzoekers stelden dat dit de onpartijdigheid van de rechter schaadt, vooral omdat de hoofdzaak een geschil betreft met de Staat over drone-regelgeving.
De rechter bevestigde haar verleden bij de landsadvocaat, maar benadrukte dat zij niet betrokken was bij de regelgeving die in de hoofdzaak aan de orde is en dat zij niet samenwerkte met de advocaten die de Staat in de hoofdzaak vertegenwoordigen. De wrakingskamer oordeelde dat het arbeidsverleden van circa 4,5 jaar geleden op zichzelf geen reden is om aan onpartijdigheid te twijfelen, zeker niet zonder aanvullende omstandigheden.
De wrakingskamer stelde dat de rechter vermoed wordt onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De verwijzingen naar eerdere zaken en mogelijke overlap in betrokken ambtenaren waren onvoldoende om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen. Het verzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak kon worden voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde twijfel aan haar onpartijdigheid.