ECLI:NL:RBDHA:2016:4916
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag na vernietiging eerder besluit
Eiser, van Iraakse nationaliteit, stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van augustus 2013. De rechtbank had eerder een besluit van verweerder vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Verweerder nam in maart 2014 een nieuw besluit, dat hij later introk zonder instemming van eiser.
Er was een besluitmoratorium van kracht voor Irak, maar dit gold niet ten tijde van de eerdere vernietiging. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van zes maanden na die vernietiging is aangevangen en niet werd verlengd door het moratorium. Verweerder heeft niet binnen die termijn beslist, maar eiser stelde verweerder pas in oktober 2015 in gebreke, ruim na het verstrijken van de termijn.
De rechtbank wijst erop dat verweerder geen dwangsom verschuldigd is omdat eiser hem onredelijk laat in gebreke heeft gesteld. Ook benadrukt de rechtbank dat intenties van verweerder om in het voordeel van eiser te handelen niet kunnen afdoen aan de dwingendrechtelijke bepalingen van de Awb en Vreemdelingenwet. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser onvoldoende belang heeft bij het latere besluit dat zijn asielaanvraag alsnog ingewilligd heeft.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang en onredelijk laat in gebreke stellen.