ECLI:NL:RBDHA:2016:5045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag reservist tijdens proeftijd wegens onvoldoende militaire geschiktheid
Eiser werd op 1 april 2014 aangesteld als reservist met een proeftijd van zes maanden. Tijdens deze periode stelde de commandant hem voor ontslag voor op grond van artikel 39, zevende lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR), vanwege twijfel over zijn geschiktheid voor het militaire ambt. Het ontslag werd uiteindelijk per 1 november 2014 verleend.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit en voerde aan dat de motivering onvoldoende was en dat zijn gedragingen niet in strijd waren met de Gedragscode Defensie. Hij stelde dat zijn communicatie met meerdere leidinggevenden niet onredelijk was en dat het stiekem opnemen van een telefoongesprek was bedoeld als geheugensteun, waarvoor hij excuses had aangeboden.
Verweerder stelde dat eiser een onjuiste grondhouding en attitude had, waaronder het openlijk bekritiseren van meerdere en het onaangekondigd opnemen van een telefoongesprek, wat niet past bij het militaire ambt. Diverse verklaringen en e-mailwisselingen bevestigden dat de wijze van communiceren van eiser twijfel opriep over zijn geschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het besluit voldoende was gemotiveerd en dat verweerder in redelijkheid tot het oordeel kon komen dat eiser niet voldeed aan de redelijke eisen en verwachtingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag tijdens de proeftijd wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.