ECLI:NL:RBDHA:2016:5097
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kort geding over schorsing inschrijving psychiater in BIG-register
Eiser is sinds 1985 psychiater en werkt sinds 2007 in eigen praktijk. In 2011 werd hij verdachte van het bewust stellen van onjuiste diagnoses tegen betaling, wat leidde tot voorlopige hechtenis en een strafzaak die nog inhoudelijk behandeld moet worden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) startte een onderzoek en constateerde tekortkomingen in zijn praktijkvoering, waarna eiser een verbeterplan uitvoerde en onder toezicht werkte.
In 2014 diende de IGZ een klacht in bij het Regionaal Tuchtcollege, dat in oktober 2015 besloot tot doorhaling van zijn inschrijving in het BIG-register, later geschorst per december 2015. Eiser stelde beroep in bij het Centraal Tuchtcollege. Hij vordert in kort geding opheffing van de schorsing en verwijdering van publicaties hierover, stellende dat de schorsing onterecht en onvoldoende gemotiveerd is en dat hij zijn praktijkvoering inmiddels heeft verbeterd.
De Staat voert verweer over de juiste partij en procedurele aspecten. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat als rechtspersoon de juiste partij is en dat de tuchtprocedure voldoende waarborgen biedt. Omdat het Centraal Tuchtcollege een spoedvoorziening kan treffen, wordt de zaak aangehouden om eiser de gelegenheid te geven zich hierover te uiten. De uitspraak is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage op 13 april 2016.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden om eiser de gelegenheid te geven zich uit te laten over spoedvoorzieningen bij het Centraal Tuchtcollege.