ECLI:NL:RBDHA:2016:5247
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen en oplegging inreisverbod voor Roma uit Macedonië
Eisers, een gezin met minderjarige kinderen, vroegen asiel aan in Nederland met het argument dat zij vanwege hun Roma afkomst in Macedonië problemen ondervonden. Verweerder wees deze aanvragen af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank bevestigde dat Macedonië als veilig land van herkomst geldt en dat de economische en sociale problemen die eisers ervaren niet specifiek aan hun Roma afkomst kunnen worden toegeschreven.
Tijdens de zitting waren eisers en hun gemachtigde afwezig, terwijl verweerder werd vertegenwoordigd. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de vertrektermijn had onthouden en het inreisverbod had opgelegd conform de Vreemdelingenwet 2000 en het geldende beleid. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en hun verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De rechtbank benadrukte dat het aan eisers was om aannemelijk te maken dat Macedonië voor hen geen veilig land van herkomst was, hetgeen niet is gelukt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het opleggen van een inreisverbod bij kennelijk ongegronde asielaanvragen wettelijk is voorgeschreven. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvragen en het opgelegde inreisverbod af en verklaart de beroepen ongegrond.